Fleurs column: ‘Hoe het zover heeft kunnen komen, is een apart verhaal – dan wel verhaal apart’

De Kameel en ik waren beland aan een picknicktafel, voor de Kids Club, op een Belgische camping, in de volle wetenschap dat dit een erg rare dag zou worden. Dus keken we elkaar aan zoals twee mensen die weten dat ze een erg rare dag gaan beleven doorgaans kijken, en dronken we waterige koffie terwijl we wachtten. Op een kleine, vlotte jongeling met creatieve gezichtsbeharing en een klembord zo bleek, die ons tegemoet kwam lopen. ‘Figuratie?’ sprak hij. ‘Yep,’ spraken wij terug. Want het was zo. Wij waren vandaag figuranten.

Hoe het zover heeft kunnen komen, ja, dat is een apart verhaal dan wel verhaal apart. Iets met de Kameel, zijn diepe liefde voor alles wat Vlaams is, ex-collega’s die daar lucht van kregen, een afscheidscadeau dat geregeld moest worden. Et voilà. Wij waren vandaag figuranten. In een Vlaamse serie. Over een agent. Toevallig gespeeld door de Vlaamse superster Tom Waes, die er weldra achter zou komen dat hij een Nederlandse Kameel als groot fan heeft. En als figurant, dat ook. Nu had de Kameel al eens eerder door het beeld moeten lopen, in de film van een bevriende regisseur. ‘Kun je misschien ook normáál lopen?’ vroeg deze vertwijfeld na een paar takes.

Ach ja, wat maakt het uit: een rare dag zou het toch wel worden, met of zonder de Kameel en zijn karakteristieke tred. Dat bleek wel toen we even later al neppratend in een nepvakantiehuisje stonden met een glaasje nepchampagne in de hand, wachtend op de komst van een nepdrugsbaas, wiens nepvrienden wij vandaag waren. De Kameel en ik besloten, aangezien we toch geen geluid mochten maken, de lyrics van Thriller naar elkaar te mimen. Allemaal leuk en aardig, maar als het een paar uur close to miiidnight is vol evil lurking in the dark, weet je het wel. En dit was nog maar scène een. Van de vijf. En ik had honger.
‘Is het al lunchtijd?’ vroeg ik maar eens aan mijn ervaren medefigurant, een spichtig, royaal met neusijzer behangen figuur in trainingspak die dit deed omdat hij ‘toch niks te doen had.’
‘Misschien vanavond,’ zei hij.
‘Vanávond?’ schoot ik in een vapeur.
‘Als Ge geluk hebt.’
‘En hoe laat zijn we eigenlijk klaar?’
‘Een uur ’s nachts.’

Dat was over tien uur. Ik keek wanhopig naar de Kameel, maar hij liep snel de andere kant op – verdacht normaal overigens. Enfin. Er zijn een paar dingen die ik leerde, die rare dag als figurant.

Alles duurt lang.
Heel erg lang.
Echt bizar lang.
En er is uitstekende catering.
Maar die is alleen voor de crew.
Een figurant krijgt alleen een broodje.
Een niet zo’n lekker broodje.
Op een niet zo lekker broodje red je het met moeite tot één uur ’s nachts.
Zeker als je daarna nog twee uur naar huis moet rijden.
Maar Tom Waes? Die is heel, heel erg aardig.

VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:
Roest
Leuk
Molenplas
Gilles de la courgettesoep
Dronken
Carb lover
Kastje des doods
Throner
Eekhoorn
Spijt
Slager
Oma
Whatsapp
Verdriet
Zindelijk worden