Fleurs column: In de kou

Het park herfst er winderig op los, mijn nichtje gaf me een becocktailprikkerde voodookastanje met de woorden ‘dat ben jij’ en m’n kekke bontjasje mag weer aan, wat de Kameel – ‘Ha, Christiane F.!’ – ook beweert. Ergo: buiten is het koud. Binnen trouwens ook, vond ik.

In het licht van mijn eeuwige gevecht tegen de huishoudelijke elementen, dit jaar vuiger en vuriger dan ooit, kon dit maar een ding betekenen. Hoho, dacht ik. Neenee. Zwam onder de vloer, poes met gebroken poot, belastingperikelen, kaakontsteking: het is mooi geweest voor dit jaar, ja. Kláár ermee. Fúck die bierkaai. Ik ga dit oplossen. Zelf. Nú.
Het was eerst eens tijd voor een goed gesprek. Ik liep naar hem toe en keek hem recht aan. Oog om oog, tand om tand. Zo doen we dat tegenwoordig.

Met een cv-ketel valt geen normaal gesprek te voeren. Dat vermoedde ik al

“Vriend,” zei ik. “Luister. Ik weet dat het nu tijd is om te rellen. Om me te fokken met die kou. Zou ik ook doen, vriend, serieus. Wij begrijpen elkaar. Maar je kiest de verkeerde vijand, weet je. Ik had je ook graag meer kansen gegeven. Serieus. Maar het was zomer, weet je. Zómer, jongen. Het wás al warm. Ik had je alleen nodig voor douchen en schoonmaken. Maar ik heb je hoog zitten, vriend, serieus. Ik ben je niet vergeten. Dus ga nou niet stuk bij me, weet je. Niet stuk gaan.”
“C1 33,” zei hij terug.

Met een cv-ketel valt geen normaal gesprek te 
voeren. Dat vermoedde ik al.

“Oké, vriend. Jammer dan. Wat jij wil, jongen. Ik ga je resetten. Ik ga je resetten tot je luistert. Ik ga niet een monteur laten komen, en dat je het dan ineens wel gaat doen als híj één keer op die knop drukt, ja? Dat geintje is geweest. Jij gaat luisteren naar mij.”
Hij spuugde, sputterde, ademde zwaar, en spuugde nogmaals.
“C1 33”.
“Ja, dit geintje ken ik ook, vriend. Jij gaat nu eens lekker je ontluchtingsprogramma afwerken. Maar 
ik weet dat je daar over twintig minuten mee klaar bent. En dan ga ik je opnieuw resetten. Ik krijg die fokking waakvlam van je weer aan, weet je. Met je storing. Je kiest de verkeerde vijand, ik zweer het je.”
“C1 33,” schaterde hij na twintig minuten.
“C1 33,” bulderde hij na vier keer twintig minuten.
“Fók jou!” gromde ik terwijl ik nóg eens lang en hard op reset drukte in de hoop dat het extra pijn deed.
De volgende ochtend belde ik bibberend maar nog niet verslagen een monteur.
“Komt goed, mevrouw,” zei Mo. “Ik ken deze storing.”
Go Mo, dacht ik, pak ’m! Pák ’m!
“C1 33,” antwoordde de cv proestend.
“C1 33,” schuddebuikte hij toen Mo voor de tweede keer onderdelen was gaan halen.
“C1 33,” jankte hij toen Mo ontdekte dat ik door het vele resetten het complete gasblok had gesloopt.
“FÓK JOU!” schreeuwde ik toen Mo de deur uit was om morgen pas terug te komen met een nieuw 
gasblok en een rekening van zeshonderd euro.
“Met jou valt echt geen goed gesprek te voeren, hè,” zei de cv-ketel.


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:

Buurtsuper
Wasoorlog
Vragen aan Jezus
Leegtes
De restjes van Ada
Volkomen imperfect
Hollandse hypocriet
De Kong in Hong Kong
Katastrofe
Katastrofe (2)
Wijvengedrag
Clichébingokaravaan
Plexit
Wegwijsman
Kattenvrouwtjes
Soepele lendenen
Tatoeaties
Treinleed
Trash-tv
Zelfhulpthriller