Fleurs column: IPB

Door een samenloop van omstandigheden vloog ik vorige week naar Canada. Die omstandigheden besloegen slechts één persoon, namelijk Zuil die riep: “Ga anders met me IPB’en naar Canada, Meijer!”

Zuil en ik zijn zo’n kwart eeuw hardnekkig bevriend, en zij leidt sinds jaar en dag het begerenswaardige leven van een CA – vooralsnog, want ik zie haar zeker op een dag een vijfbander, oftewel SP worden, Het is kist in, kist uit, twee-, vierdaagse. En zo af en toe een fijne zevendaagse, zoals nu naar YUL. Voornamelijk ICA’s, af en toe een BIP binnen Europa. Hoe dan ook is het altijd hard werken in de galley, maar mán, had ik maar zo’n wing.

Je ziet, ik heb ontzettend veel geleerd. Al sinds Zuil Cabin Attendant is – stewardess, mag ook – zeept ze me in met bovenstaand luchtvaartjargon en 
alle intercontinentale avonturen die we, Indien Plaats Beschikbaar, samen konden beleven. Dat 
was naar YUL, om duistere redenen ook wel bekend als Montréal, geen probleem, en als ik wat lekkers meenam voor de crew en de Senior Purser was me welgezind, kon wellicht zelfs mijn grote droom uitkomen: onbeperkt champagne en amuses bouches in de bizz.

Mocht deze kist 
nu uit de lucht vallen, 
dan sterf ik als een 
gelukkig mens, dacht ik

Dus ja, natuurlijk riep ik heel hard dat ik uiteraard graag wilde IPB’en naar Canada. Een paar dagen later zat ik bij de gate met een doos Schiphol-chocola keurig te wachten op mijn Indien Plaats Beschikbaar. Die was er eigenlijk niet. “Maar je mag op de jumpseat!” zei Zuil. Nóg beter, zo bleek. Ik had een klap-stoel op de plek waar alle magie gebeurt: de keuken, galley dus, van de buisinessclass. “Wij gaan jou eens lekker verwennen. Champie?” zeiden de lieve tweebanders aldaar terwijl ze me alvast een designer-clutch met toiletartikelen en een warm handdoekje overhandigden. Drie champie en een berg exquise opgewarmd eten later ontdekte ik een nieuw gevoel: complete verzadiging op grote hoogte. Mocht deze kist nu uit de lucht vallen, dan sterf ik als een gelukkig mens, dacht ik. Wist ik veel dat ik een dag later in een bar, vanachter een schaal nachos ter grootte van een atoombom, moest constateren dat er niets meer aan te doen viel. Trump had gewonnen. En ik vroeg me af of al die boze witte mannen ook zo boos waren geweest als je ze eens de goede zorgen van twee-banders, champie en een berg exquise opgewarmd eten had gegeven. Ik vermoed van niet, maar het is te laat om alle boze witte mannen nog businessclass te laten vliegen. Terwijl ik inmiddels op een reusachtig marshmallowbed aan het plafondstaren was, opperde een goeie vriend gelukkig via de app dat 
we binnen een jaar of zes met een raket naar Mars kunnen om daar een nieuwe wereldorde te stichten. Hij gaat zichzelf op de lijst laten zetten.
“Leuk!” zei Zuil. “Zoeken ze nog een goeie CA in de 
raket?”
“Tuurlijk,” zei ik.
‘Wij willen graag IPB naar Mars,’ appte ik hem terug.


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:

Buurtsuper
Wasoorlog
Vragen aan Jezus
Leegtes
De restjes van Ada
Volkomen imperfect
Hollandse hypocriet
De Kong in Hong Kong
Katastrofe
Katastrofe (2)
Wijvengedrag
Clichébingokaravaan
Plexit
Wegwijsman
Kattenvrouwtjes
Soepele lendenen
Tatoeaties
Treinleed
Trash-tv
Zelfhulpthriller
In de kou
Doomsday
Hallo