Fleurs column: Jazz

Ik heb vele afwijkingen, waarvan er ten minste twee in mijn ogen volkomen terecht en logisch zijn. Te weten:
De crucifix. Dat ís het meest geesteszieke logo ooit. De aanblik van een man die een gruwelijke marteldood sterft, líjkt me reden genoeg om bang te worden. Dus waarom ik hier alleen in lijk te staan, vind 
ik bijzonder raadselachtig. Ter illustratie: als Jezus veertig jaar geleden ter dood veroordeeld was, zouden gelovigen dan nu massaal gouden elektrische stoeltjes om hun nek hangen? Zou hij dan vastgegespt aan riemen en met een natte spons op z’n kop in full colour onder duizenden Tiroolse afdakjes staan? Ik waag het te betwijfelen.
De grapefruit. Dat ís gewoon fruit dat rechtstreeks uit de moestuin van Satan komt. Een onwaarschijnlijk smerige, helse vrucht is het, en wie daar anders over denkt, moet zichzelve echt eens laten nakijken. De 
Kameel bijvoorbeeld, die elke ochtend zo’n tennisbal vloeibaar oorsmeer tot zich neemt, en daar nog 
tevreden slurpgeluiden bij maakt ook. Ik zou graag willen dat hij hierbij hulp zoekt.

Maar de derde afwijking vormt een probleem.

Die ongeremde 
chaos, die kakafonie van klanken: ik ben 
er te stom voor

Jazz. Ik kan niet tegen jazz. Jazz maakt mij gek. 
Jazz boort rechtstreeks een gat in mijn schedeldak. Jazz geeft mij de handjes en het hoofd van Stephen 
Hawking. Daar hebben meer jazzluisteraars last van, dat weet ik, ware het dat ik de desbetreffende beweginkjes niet maak uit luistergenot, maar omdat ik me moet inhouden om niet tegen een willekeurige muur op te vliegen. Tot overmaat van toeval is uitgerekend weer diezelfde Kameel liefhebber én connaisseur van jazz. Hij luistert vooral graag naar de meest 
tergende experimentele variant, onder het genot van een grapefruit. Ik verlaat dan meestal het pand. Die ongeremde chaos, die kakafonie van schelle klanken die totaal geen verband met elkaar lijken
te houden, de totale onbegrijpelijkheid van dit alles: nee, ik ben gewoonweg veel te stom voor jazz en ik geef het tenminste toe.

Dus je begrijpt, toen de Kameel laatst vroeg of ik meeging naar een jazzconcert, zei ik opgewekt: “Ja hoor, leuk!” Ik heb er namelijk nogal moeite mee als ik ergens te stom voor ben. Ook zo’n afwijking. 
Ik bedoel, mensen die het weten 
kunnen, zeggen toch niet voor niets dat het de hoogste kunstvorm is?
“Weet je het zeker? Het kán wat experimenteel klinken,” grinnikte de Kameel. “Ja,” zei ik. “Ik moet het gewoon maar eens leren waarderen.” Daarbij: de beweginkjes had ik al onder de knie.
Enfin, wij naar het concert van TaxiWars. 
Ik bezigde daar vele afwijkende uitspraken, die in mijn ogen allemaal even terecht en logisch zijn. Te weten:
“Jongen, káp nou met dat getoeter door alles heen! Ik hoor niks meer!”
“Volgens mij begin ik al een beetje op Stephen Hawking te lijken.”
“Alles is uit de maat! Is er wel een maat? Als ze nou tegelijkertijd één maat zouden spelen! Één maat maar!”
“Ja lekker, doe maar een fles wodka.”


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:

Zelfhulpthriller
In de kou
Doomsday
Hallo
IPB
Boodschappen
Nomen est omen
Stukje experience
Woorddiarree
Slijpen
Winaars van de nacht
Antwerpen
God en Elvis
Bedankt, rossige clown
Der club
Henk