Fleurs column: ‘Ooit, op een dag, ga ook ik door het leven als een sociale sluipschutter’

Het heeft even geduurd, maar ik ben er uit. Eindelijk weet ik wat ik later wil worden.
Larry David. Ik wil Larry David worden.
En niet alleen ik: ook de Kameel is inmiddels 
vastbesloten later Larry David te worden.
Sterker nog, ik denk dat wij allen een latent verlangen hebben ooit een Larry David te worden, maar dat het ons ontbreekt aan parate kennis omtrent Larry David.
Gelukkig hebben jullie mij.

Larry David is een lange, dunne, kale Joodse man 
van zeventig jaar. Hij draagt altijd slecht zittende pantalons en grote sneakers met witte, strak 
aangetrokken veters.
Hij is de grappigste mens ter wereld, en wel om twee redenen.

De eerste: hij heeft Seinfeld geschreven. En Seinfeld is in mijn bescheiden optiek, hetgeen meestal neerkomt op de waarheid, de beste sitcom ooit. Dankzij Seinfeld is ‘Serenity now, insanity later’ bijvoorbeeld nog steeds mijn levensmotto. Mijn grootste wens is Kramers uitklapbare koffietafelboek met pootjes, en ik droom van de dag dat ‘Festivus’ eindelijk een officiële feestdag is. Enfin, ga zelf maar kijken.
Maar kijk dan ook meteen naar de tweede reden waarom Larry David de grappigste mens ter wereld is: Curb your enthusiasm.
Daarin speelt Larry David zichzelf, en sindsdien weet ik het zeker: op een dag bulldozer ook ik over alle sociale codes heen en zeg ook ik voortaan overal hardop wat iedereen tóch al denkt.

Ter illustratie. We hebben allemaal weleens in de rij gestaan voor de toiletten. Op zichzelf al een kwelling natuurlijk, en tevens elke keer weer een reden om even niet meer solidair te zijn met de vrouwenzaak want mijn hemel, wat doen die wijven er toch altijd lang over. Nou, en dan sta je daar te wachten, en geef toe: er komt altijd een keer dat ineens de deur van het invalidentoilet opengaat en daar dood-gemoedereerd iemand uit komt lópen.
Larry David zou dan roepen: ‘Hey! What’s with the walking?’ Dat wil ik óók.
Of neem het verachtelijk soort mens dat in mijn straat regelmatig twéé parkeerplekken bezet houdt door één auto in het midden te parkeren. Larry David zou niet rusten voordat hij de dader een fluimend lesje parkeeretiquette had gegeven. Dat wil ik óók.

En laatst, in de rij voor de kassa, toen ik ineens getuige was van een vrouw die in een rechte lijn naar de voorste in de rij liep. ‘Hé! Dát is lang geleden!’, kirde ze. Het was Larry’s schoolvoorbeeld van de beruchte ‘chat & cut’: net doen of je een praatje met iemand maakt en zo de rij afsnijden. Larry had verbaal gehákt van haar gemaakt. Ik zei natuurlijk weer eens niets.
Terwijl: ik wil eigenlijk óók naar het restaurant bellen als ik voor twintig euro een bak curry met maar vier garnalen thuisbezorgd krijg.
Ik wil óók tegen mannen die binnenshuis een sjaal dragen zeggen: ‘Dit staat echt behoorlijk aanstellerig, hè. Vind je zelf ook niet?’
Ik wil óók Hitler-snorren tekenen op ieder covermodel in elke wachtkamer, en dat dan 
heel erg grappig van mezelf vinden.
Ooit, op een dag, ga ook ik door het leven als een sociale sluipschutter.
Maar die sneakers, daar begin ik niet aan.


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:
Leuk
Molenplas
Gilles de la courgettesoep
Dronken
Carb lover
Kastje des doods
Throner
Eekhoorn
Spijt
Slager
Oma
Whatsapp
Verdriet
Haarlem