Fleurs column: Slechte picmaker

“Jij kan echt, écht geen foto’s maken hè?” sprak de Kameel al swipend door mijn telefoon. Hij schudde zijn hoofd in slow motion. Nu stonden er op die paar schamele foto’s bij mijn weten vooral cocaïnewit zand, zacht wuivende palmbomen en zwembadblauw zeewater. Zo lelijk kon dat toch niet zijn? Nou goed, ik stond er zelf ook weleens op. Achter een bord gemuteerde garnalen bijvoorbeeld, uitgewrongen na weer een massage of lurkend aan een volgende bloody mary. Ik kon het ook niet helpen. Op de afdeling buitenkansjes waar mijn stewardessenvriendin Zuil werkt, had ik een week in een Thais paradijs gevonden. En laten we eerlijk zijn: daar is een mens wel aan toe na een weekend Berlijn.

Ik zou de opmerking van de Kameel omtrent mijn fotografische vaardigheden dus kunnen afdoen als pure jaloezie. Ware het niet dat Zuil een paar dagen eerder ook al proestend in haar mojito zei: “Jezus Meijer, wat ben jij een slechte picmaker.” Ik bleek dus zelfs een tropisch eiland te kunnen beeldverkrachten.

Nu vind ik foto’s maken ook gewoon stom. Fotograferen is een hinderlijke onderbreking van vrijwel alles. Foto’s zorgen dat eten koud wordt, verstoren een concert, belemmeren een schitterend uitzicht of geven juist een schitterend uitzicht op de onderkin waarvan je het bestaan eerst nog kon ontkennen. Nee, als het om foto’s gaat, haal ik graag het motto van mijn nimmer fotograferende vader aan: ‘Ik onthoud het wel.’ Nu overleed hij jong, en achteraf ben ik blij dat ik wél een mamarazza had.

Ik bleek zelfs een tropisch eiland te kunnen beeldverkrachten

Om mezelf en mijn leven aan al te erge vergetelheid te ontrukken, maak ik dus toch soms foto’s. Zij het alleen bij speciale gelegenheden, en zo rap mogelijk. Compositie, licht, perspectief en kleur kunnen mij dientengevolge baarlijk aan de reet roesten.

“Ik ben een slechte picmaker. Ik weet het”, zei ik dus berustend tegen de Kameel, die verder swipete. Ineens bleef zijn blik zowaar ergens hangen. “Wat is dit?” zei hij. “Ha!” zei ik na een blik op de foto. “Dit is nou de reden dat ik de huidige beeldcultuur verwerp,” riep ik vol vuur. “Hier zaten we de hele dag naast op het strand. Dit Chinese golddiggertje is het ergste vrouwmens dat ik ooit heb gezien. Echt, zó geobsedeerd door zichzelf. Deze shoots gingen dus de hele dag door. Hier, zie je die arme hond? Na deze pose gaf ze hem een schop. Ze sprak geen woord tegen haar man, kijk dan hier, zo’n goeiige Chinese IT-nerd. Of ze blafte hem af. En kijk, toen het avond werd en de muggen kwamen, moest haar slaaf haar inwikkelen in lakens en insmeren. Als hij een plekje vergeten was, schold ze hem uit. En kijk dan hoe verbouwd ze is! Ogen, neus, lippen, tanden, tieten: alles! Bi-zar. Ik kon mijn ogen er niet vanaf houden.”

De Kameel scrollde niet begrijpend verder. “Dat zie ik. Je hebt heel veel foto’s van haar,” zei hij. “Jij verwerpt dus de huidige beeldcultuur door veel foto’s te maken van mensen die veel foto’s maken?”

“Eh,” zei ik. Ik besloot voortaan gewoon alles te onthouden.


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:
Zelfhulpthriller
In de kou
Doomsday
Hallo
IPB
Boodschappen
Nomen est omen
Stukje experience
Woorddiarree
Slijpen
Winaars van de nacht
Antwerpen
God en Elvis
Bedankt, rossige clown
Der Club