Fleurs column: Zendelingen

Men probeert mij tegenwoordig zo vaak te bekeren, dat je bijna gaat geloven dat er iets achter zit. Een hogere macht of iets dergelijks. Of ik heb gewoon een heel bekeerbaar, nooddruftig hoofd, dat kan natuurlijk ook. Nu ben ik gelukkig vrij goed in de omgang met zendelingen, noem het ervaring, maar afgelopen paasweekend werd ik wel erg op de proef gesteld.

Het begon op Goede Vrijdag, toen de Here weer eens bij mij aan de deur was. Ditmaal in de vorm van een grote en een kleine man. De grote leek nogal op ‘reverend Kane’ uit ‘Poltergeist’, wat zo ongeveer het slechtst denkbare uiterlijk is voor een zendeling – google anders even. De kleine zag er daarentegen uit alsof hij daadwerkelijk in een paddenstoel woonde, met een schommelstoel en een haard en koperen pannetjes aan de wand. Een markant duo al met al, dat mij graag, als ik héél even tijd had, iets wilde laten zien.

Grazige alpenweiden, regenbogen, watervallen: de rondleiding door het paradijs verveelde me al na een minuut

Het ging over het paradijs, zei reverend Kane, en ik zag hoe de ogen van het kaboutertje begonnen te glimmen bij die gedachte. Even later worstelde ik me geduldig glimlachend door een filmpje op de iPad van het kaboutertje heen, dat leuke plaatjes liet zien van grazige alpenweiden met tropische vogels, regenbogen, watervallen en uiteraard vaders, moeders en kinderen die gelukzalig in dit alles rondliepen. De rondleiding door het paradijs verveelde me al na een minuut, laat staan dat ik er zin van kreeg om er na mijn dood tot in de eeuwigheid rond te hangen. Maar dat liet ik, voor een ongelovige vrij goed opgevoed, niet merken en ik leidde het gesprek soepeltjes naar de afrondende fase door vooral niet in discussie te gaan, maar door te zeggen dat ze me stof tot nadenken hadden gegeven. Reverend Kane en het kaboutertje vonden dat afdoende, overhandigden me dankbaar wat documentatie (‘Vrede, geluk en gezondheid, dat wil iedereen!’) en dat was dat. Dacht ik.

Want toen ging ik naar mijn familie om Pasen te vieren. Nu is mijn familie orthodox-atheïstisch, dus met de Here hebben ze niet veel op. Maar dat ‘Gaat heen en vermenigvuldigt u’ hebben ze duidelijk wél ter harte genomen door in een recordtempo negen neefjes en nichtjes produceren. Wat mij de allerlaatste kinderloze volwassene van de familie maakt, maar daar dacht ik niet over na toen ik vertederd in de helblauwe white walker-ogen van mijn babyneefje aan het staren was. De anderen wel, bleek toen ik op mijn beurt heel veel ogen vertederd terug zag staren.
“Staat je goed.”
“Heb jij dan niet zoiets van: ik wil ook?”
“Je zou zo’n leuke moeder zijn.”
“Joh, je bent er tóch nooit klaar voor.”
“Gewoon eruit halen, die spiraal.”
“Het zó mooi.”
“In wezen draait het leven toch om het doorgeven van leven.”
Ik hoorde het maar weer geduldig glimlachend aan, ging niet in discussie en zei dat ik stof tot nadenken had. Goed zo, knikten de moederschapsmissionarissen, en ze appten voor de zekerheid nog wat foto’s (Kijk nou hoe lief jullie erop staan) door. Nee, ik weet het bijna zeker.
Hier zijn hogere machten aan het werk.


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:

Hallo
Woorddiarree
Slijpen
Winaars van de nacht
Antwerpen
God en Elvis
Bedankt, rossige clown
Der club
Henk
Jazz
Weemoed
Schnapps und tabletten
Freelancen
Onverwachte post
Lenteklaar
Werkloos