Fleur: ‘Schrijven over columns geldt als gênant, koket en ijdel – totdat het je laatste is’

VIVA-journalist Fleur Meijer (38) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

336 columns heb ik op deze plek geschreven. Om en nabij.  Toch is het volgens mij de eerste keer dat ik het woord ‘column’ in mijn column gebruik. Dat is iets met een ongeschreven, doch strenge regel binnen het columnwezen: je schrijft nooit columns over het schrijven van columns. Dat geldt als gênant, koket en ijdel – wat sowieso al snel op de loer ligt als je elke week mag schrijven over alles wat je binnen de straal van je eigen ego bezighoudt. Vandaag breek ik met deze regel. Vandaag mag dat. Want dit is mijn laatste column.

En ik heb de neiging om twee witregels tussen de vorige zin te laten, zodat ik het effect van deze woorden even op me kan laten inwerken. Het moest natuurlijk een keer gebeuren. Alles stroomt, elk begin kent een einde, niets is voor eeuwig, van het concert des levens… Vul het lijstje uitgesleten tegelwijsheden gerust aan. En daar komen ook nog die Fransen bij, met hun partir, c’est mourir un peu. Daarin hebben ze overigens helemaal gelijk. Je kunt gerust stellen dat ik momenteel een beetje aan het sterven ben. Er blijft nog meer dan genoeg van me over hoor, zo erg is het ook weer niet. Maar toch: meer dan zes jaar. Vorige week zag ik een lichtpuntje in de anus van mijn kat. Deze week is het dat ik eindelijk mag schrijven over het schrijven van een column.

‘Ik schrijf ze altijd met liefde, maar ik ben ook altijd weer blij als het voorbij is’

Om maar eens met een FAQ te beginnen: hoe kies ik mijn onderwerpen? Het antwoord daarop is: geen idee. Dat komt vanzelf. Soms in de loop van de week, soms pas op het moment dat de deadline al een gat in mijn schedeldak aan het boren is. Ik schrijf de columns eerst in m’n hoofd: onder de douche, op de fiets, in de auto, tijdens het inslapen, tijdens het wakker worden. Daarna schrijf ik ze echt, op plekken die variëren van keukentafel tot kroeg, een Thais strand, een hotelkamer in Montréal, een terras op Cuba, een Franse veranda, een balkon in Hong Kong. Ik schrijf ze altijd met liefde, maar ik ben ook altijd weer blij als het voorbij is.

Ja, ik gebruik de tegenwoordige tijd. Want dit is weliswaar nu mijn laatste column voor VIVA, maar hopelijk niet voor altijd. Het duurde even voordat ik doorhad dat mensen mijn columns ook daadwerkelijk lázen. In de loop der jaren heb ik veel reacties gekregen, en die waren bijna altijd heel erg lief. Ik ben daar heel dankbaar voor. Net als voor deze column. Voor de stem die VIVA me heeft gegeven. Er waren weleens mannen – altijd mannen – die zeiden dat mijn columns best grappig waren, maar ‘natuurlijk nergens over gaan.’ Dat is niet waar. Alles gaat ergens over. En tegelijkertijd, in het grote geheel, in het licht van de eindigheid der dingen, gaat alles ook over niets. Precies daartussenin, tussen die polen, zitten de dingen die me aan het lachen maken. De dingen waarmee ik heb geprobeerd jou aan het lachen te maken. Ik heb bewijs dat me dat vaak gelukt is. Noem dat maar niets.

Fleurs column is afkomstig uit VIVA 05-2020. Deze editie ligt t/m 4 februari in de winkel. Je kunt de editie ook hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«