Zolang ik nog vrijgezel ben #8: ‘Zou hij zitten poepen daar?’

frances in londen

Copywriter Charlotte (35) is nog steeds single, in tegenstelling tot veel van haar vriendinnen. Ze pakt haar koffers en gaat voor een half jaar naar Londen. Voor VIVA schrijft ze over haar avontuur vol nieuwe vriendschappen, opmerkelijke dates en leerzame confrontaties.

Lees ook: Zolang ik nog vrijgezel ben #7:
‘Graham was meer dan een kwartier te laat’

We liepen vanaf het plein als eerste naar een groot statig poortgebouw van weleer met in het midden drie grote bogen. In de middelste boog stond een groot hek. Door de andere twee reden auto’s en aan weerszijde bevonden zich twee kleinere boogjes voor de voetgangers. Bovenaan het gebouw stonden een aantal Latijnse woorden en tekens die iets met de voormalige Queen Victoria van doen hadden. Het gaf een majestueus tintje aan onze doorgang en ik voelde de neiging om wat netter te lopen, sierlijker.

Aan de andere kant van de poort begon een andere wereld. 

Van de drukte, hectiek en chaos van verkeer en massa’s mensen, kwamen we in een serene, groenrijke oase. Voor ons lag een lange, brede, deftige straat met aan weerszijden een keurige rij bomen en klassieke lantarenpalen. Aan het einde van de straat, in de verte, stond een statig gebouw. Het deed me denken aan de Champs-Élysées in Parijs.

‘Weet je waar we nu zijn?’, vroeg Graham.

‘Dit is The Mall. Hier worden altijd ceremoniële evenementen gehouden, koninklijke optochten. Dan zit de koningin in een gouden koets en staat iedereen aan de kant te zwaaien.’

‘Ah, dan is dat gebouw natuurlijk Buckingham Palace?’, zei ik met enige aarzeling en schaamrood op de kaken. Dit soort dingen behoorde ik van mezelf te weten.

‘Ja, klopt!’, zei Graham.

We liepen verder de straat in, langs een uitgestrekt groen park.

‘Dit is het St. James’s Park’, zei Graham. ‘Een van de Koninklijke Parken van Londen’, lichtte hij toe. ‘Heb je al meer van dit soort parken gezien?’

‘Hyde Park, telt dat ook mee?’, vroeg ik.

‘Ja, dat is ook officieel een Koninklijk Park.’

We haalden een ijsje bij een chique hotdogkraam

en liepen een stukje door het park. Ik zag mensen picknicken, wandelen of even toeven op een bankje. Een drietal passeerde ons. Ik vermoedde op basis van hun kleding en gespreksonderwerp dat het een zakelijk samenzijn was. De twee mannen droegen een zwarte pantalon met een net overhemd met korte mouwtjes. Eentje had een brillenkoker en een pen in zijn borstzakje. De dame in het midden van het gezelschap schitterde in een smetteloos witlinnen jurkje. Ze had een tablet en pen en papier in de hand en toen ze langsliepen ving ik flarden op van formeel taalgebruik, waaronder het woord deduction. Ik vroeg Graham wat dat woord betekende en hij zei dat het te maken had met aftrek van de belasting. Een woord dat ik daarna meteen weer zou vergeten.

‘Vind je het leuk om even naar de lijfwachten bij Buckingham Palace te kijken?’, vroeg Graham. ‘Ik denk niet dat er nu een wisseling van de wacht is, maar dat moet je wel een keer gaan zien als je tijd hebt. Het is echt de moeite waard, compleet met begeleidende trompetten, that lot.’

Ik vond het leuk dat hij mij dit deel van de stad liet zien. Van de buitenkant was hij niet heel outgoing, maar op basis van wat hij zei, voelde ik af en toe wel een klein vlammetje in hem ontbranden.

Ik vroeg me af wat iemand zou bewegen om een lijfwacht van Buckingham Palace te worden. 

Of liever gezegd, wat iemand niet zou bewegen, want deze kerels stonden verbluffend strak stil. Ik had verwacht dat ze in rood jasje getooid zouden zijn, met zo’n hoge, zwarte, aandoenlijk pluizige hoed, maar dit leken meer militairen. Ze hadden een blauwgrijs pak aan, met allerlei medailles en een baret op hun hoofd. In hun hand hielden ze een groot geweer. Ze keken strak voor zich uit.

‘Zou jij zoiets kunnen?’, vroeg ik.

‘Nee, daar heb ik veel teveel energie voor.’

Dat antwoord verbaasde me, want ik vond hem juist de rust zelfde. Hij gebruikte het woord energie, maar in lichaamstaal zei hij iets heel anders. Hij stond met beide benen op de grond, zijn armen hingen losjes langs zijn lichaam en op zijn gezicht was noch blijdschap, nog boosheid of een glimp van enig andere emotie te bespeuren. Het intrigeerde mij, ik was benieuwd welke energie hij precies van binnen voelde.

Vanaf het grote hek voor Buckingham Palace liepen we verder langs The Green Park, richting Hyde Park. Het ontbrak de koninklijke familie niet aan groen, zoveel was duidelijk. Deze plekken waren ongetwijfeld een welkome plek voor ontspanning en ontlading voor de hardwerkende Londenaar. In de schaduw onder een van de bomen lag een man te slapen met zijn hoofd op een aktetas. Hij had zijn zonnebril nog op. Zijn mond stond open.

‘Ik moet even naar de wc’, zei Graham, en hij liep met een snelle pas naar een DIXI-achtig toilet bij een pop-up bouwterreintje. Ik streek neer op een grasveldje voor een monument bestaande uit vier steigerende paarden en een vleugelachtig mens die aan de teugels trok. Er werden hier behoorlijk wat personen geëerd met standbeelden, dat was me wel opgevallen.

Ik rommelde nog wat in mijn folder van de The National Gallery, checkte mijn telefoon en las een stukje uit de Evening Standard van gisteren, toen ik me begon af te vragen waar Graham bleef. Ik bedoel, DIXI-toiletten zijn nou niet bepaald een plek om te blijven hangen. Dat hij er überhaupt inging vond ik al noemenswaardig. Ik ga alleen bij uiterste noodzaak in zo’n poep- en plascabine, en als het dan echt niet anders kan, probeer ik het klusje in elk geval zo snel mogelijk te klaren. Liefst in één ingehouden adem.

Zou hij zitten poepen daar? Dat ging mijn onreinste voorstellingsvermogen te boven. Op festivals als Lowlands kon ik standaard drie dagen niet poepen – met alle gevolgen van dien als ik op de maandagochtend weer thuiskwam. Maar mijn feestende voorgangers hadden er altijd beduidend minder moeite mee, gezien de hoeveelheid zwemmende gedrochten in de beerput. Either way, ik heb nooit iemand lachend uit een zo’n toilethok zien komen en ook Graham trok een vies gezicht toen het deurtje eindelijk open ging …

Over Charlotte

Charlotte is een fictief karakter van het boek-in-wording ‘Zolang ik nog vrijgezel ben’. Alle verhalen zijn geïnspireerd op gebeurtenissen uit de sabbatical van schrijfster Frances Gallimore in Londen in 2018.

Wil jij Frances beter leren kennen? Bekijk dan haar website www.schrijvenenspelen.nl, check @zolang_ik_nog_vrijgezel_ben of @frances_charlie.