Geografisch gehandicapt

geen

Ik ben verhuisd. Een nieuwe stad, een nieuwe fietsroute naar het station en een nieuwe route naar een nieuwe supermarkt. En nieuwe wielerroutes. Maar dat is nog een heel gedoe.

Zo relaxed mogelijk
Wielrennen is namelijk een sport van nonchalance. Echte wielrenners zien misschien af; recreanten zien er het liefst zo relaxed mogelijk uit. Die lijden niet, die fietsen lachend en kletsend door het natuurschoon. Die laten alleen hun tanden zien wanneer ze in het zicht van een dorp de plaatsnaambordjessprint van hun vrienden willen winnen.

Zo ben ik ook. Vroeger, toen ik nog in Utrecht woonde (vorige week dus), fietste ik altijd op mijn gemakje over de Heuvelrug. De handjes soepel op het stuur en precies wetende waar ik naartoe wilde. Of anders wist ik in ieder geval waar ik was en bij welk dorp ik in de buurt was. Ook al ben ik geografisch gehandicapt: op de Heuvelrug voelde ik me thuis en op mijn plek.

Maar ja. Den Bosch ligt niet op de Heuvelrug. Verre van zelfs. En dus heb ik nieuwe routes nodig. En geloof het of niet, maar dat vind ik dus doodeng.

Totaal verwilderd, met een baard
Wanneer ik alleen door nieuw gebied fiets, voel ik mij verloren. Zullen andere mensen een totaal gevoel van vrijheid ervaren; ik vind het alleen maar eng. Ik ben namelijk dus geografisch gehandicapt, dus ook al zie ik in mijn ooghoek altijd de Sint Jan, dan nog denk ik dat ik genadeloos kan verdwalen. Ik zou zomaar drie verkeerde afslagen kunnen nemen en alsnog naar de Heuvelrug kunnen fietsen. En dan zou ik natuurlijk te weinig eten mee hebben en geen geld op zak. Mijn telefoon zou leeg raken, en uiteindelijk zou ik na drie dagen zwerven gevonden worden, ergens bij Zaltbommel. Uitgemergeld, totaal verwilderd, met een baard. Vreemde klanken uitstotend, kauwend op mijn binnenband.

Dat zijn mijn angstvisioenen. Maar ik moest fietsen. Get a grip, De Jong. Op je stalen ros, en niet mekkeren.

Rode paddestoelen ftw!
En zo fietste ik naar Sint Michielsgestel. Ik keek panisch op de bordjes en reed pardoes een mountainbikepad op. Een zoekende was ik, aarzelend trapte ik de pedalen rond. Maar na een kilometer of tien ging het wel weer. Naar Gestel kwam Esch, en daarna kwam Vught. Dat had ik al uitgezocht. Zie je wel, De Jong! Het valt wel mee! De rode paddestoelen laten je nooit in de steek!

Zo fietste ik mijn eerste kilometers rondom Den Bosch. Ik verdwaalde alsnog genadeloos, maar ik had mijn ontbijtkoek in de zak en ik vond op tijd mijn huis terug. Niks aan de hand. En bij het volgende rondje zal ik nonchalant door Sint Michielsgestel fietsen. Alsof ik er al jaren kom.