Géza schrijft: ‘Briesend stap ik op mijn fiets, maar ik heb geen idee waar ik heen kan’

géza schrijft

Géza Weisz (33) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven.

‘Het is meer dan tien jaar geleden dat ik voor het laatst een hele dag FIFA op mijn Playstation heb gespeeld, maar vandaag lijk ik het record van meest nutteloze dertiger ooit te gaan verbreken. Online verlies ik de ene partij na de andere en ik weiger het apparaat uit te schakelen voordat ik een potje heb gewonnen. Ik heb nu eenmaal de kinderachtige neurose pas te kunnen stoppen met spelletjes na een overwinning.

Ik word steeds somberder, omdat ik deze tijd meer dan goed had kunnen gebruiken voor het schrijven van mijn wekelijkse column, waarvan de deadline alweer ruimschoots verstreken is. Een flinke dosis zelfhaat dient zich aan. Wanneer mijn vriendin mij na twintig verloren potjes op m’n uitvreterij wijst, reageer ik als een puberende zoon, die zijn moeder de kamer uit blaft. Helaas voor mij is mijn vriendin geenszins van plan de rol van moeder te vervullen in onze relatie en dus lopen de gemoederen hoog op.

Lees ook:
Géza schrijft: ‘Zodra het volk gaat luisteren naar Lange Frans, komt de anarchie steeds dichterbij’

Als twee opgefokte stieren staan we brullend tegenover elkaar en geen van ons luistert nog naar de ander, want we zijn allebei te koppig en te competitief om water bij de wijn te doen. Ik ren naar het raam, om hem te sluiten voor onze bovenburen die een paar dagen geleden ons nog complimenteerden met het feit dat het tegenwoordig zo goed gaat tussen ‘de herrieschoppers’. We blijven door blèren tot we zien dat ons kind, hond Sjaan, geschrokken onder de kast verdwenen is. Schuldbewust, maar nog steeds koppig, doe ik m’n jas aan en vlucht naar buiten.

De dranger op de voordeur voorkomt dat ik die even lekker hard achter me dicht kan gooien. Briesend stap ik op mijn fiets, maar ik heb geen idee waar ik heen kan. Geen bar waar ik me even lekker kan bezatten en zo midden in de nacht durf ik ook niet zomaar bij een vriend aan te kloppen. Gelukkig heb ik een eigen restaurant. Als een dief in de nacht steek ik mijn sleutel in het slot. Alle tafels staan keurig – op anderhalve meter van elkaar – ingedekt. Ik steek de kaarsjes aan en zet een jazzplaatje op. Daar zit ik dan: urenlang, aan een verlaten bar met een dure fles wijn, je moet op zulke momenten niet bezuinigen.

Ik knijp m’n ogen dicht en probeer me voor te stellen dat het restaurant vol zit met vrolijke mensen, die – lekker dicht op elkaar – genieten van een gezellig avondje uit. Er komen steeds meer mensen binnen. Het is een feest der herkenning. Overal staan de meest verrukkelijke gerechtjes op tafel en de drank vloeit rijkelijk. Triomfantelijk beweeg ik me door het bruisende restaurant en bij elk tafeltje neem ik de complimenten in ontvangst. Dan gaat de telefoon en stopt John Coltrane’s saxofoon abrupt met spelen. ‘Kom je naar huis?’ vraagt een bedaarde en zachte stem. Gauw doof ik de kaarsen en de rest van de gele lampjes. Ik zwaai af en draai de deur weer op slot. De fles met het restant van de wijn onder mijn jas gestoken. Ik heb thuis immers wat goed te maken.’

Beeld: Rachel Schraven

Géza’s column komt uit VIVA-2020-50. Dit nummer ligt t/m 15 december in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«