Géza schrijft: ‘Theo was een van de weinige klanten die mijn brutaliteit wel kon waarderen’

géza weisz

Géza Weisz (33) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven.

Mijn allereerste baantje was bij videotheek Filmplan in Amsterdam-Zuid. Voor drie gulden vijftig per uur mocht ik de nieuwste films aanprijzen. Niet het schamele loon, maar dat ik na het werk gratis films mocht meenemen, vormde de drijfveer achter mijn solliciteren. Ik wilde acteur worden of eigenlijk filmster, dus waar beter te beginnen dan in een videotheek?

‘Theo was een van de weinige klanten die mijn brutaliteit wel kon waarderen’

Ik nam het werk uiterst serieus en voorzag iedere bezoeker gevraagd of ongevraagd van uitgebreid advies: ‘Nee, die film kan ik u helaas niet meegeven. We hebben hem wel, maar hij is echt verschrikkelijk. Heeft u de nieuwe David Lynch al gezien? Die is geweldig!’ Een vaste bezoeker was Theo van Gogh. Hij was een van de weinige klanten die mijn brutaliteit wel kon waarderen.

Theo had een grillige reputatie en stond erom bekend dat hij zo nu en dan verbaal flink kon uithalen. Iedereen bij ons was een tikkeltje bang voor hem, maar mij werd al gauw duidelijk dat achter al die grove opmerkingen een piepklein hartje schuilde. Hij was de eerste die tegen me zei dat het vreselijk moest zijn om een beroemde vader te hebben. Ik had er nooit bij stilgestaan dat dit belemmerend zou kunnen zijn, maar hij voorspelde dat het een zware taak zou worden om autonoom te worden en dat het voor een jongeman al moeilijk genoeg was om op eigen benen te staan.

Lees ook:
Géza schrijft: ‘Dat zo’n rare snuiter het tot president schopte, had een zekere amusementswaarde’

Ik had toen geen idee waar hij precies op doelde, maar later heb ik met regelmaat aan zijn woorden teruggedacht. Na een jaar elke week over films te hebben gediscussieerd, begon Theo mij zijn vriend te noemen. Het was de eerste keer dat een volwassene dat deed en het maakte me apetrots. Toen ik op een woensdagmiddag na school de videotheek binnenkwam, lag er een envelop voor me klaar. Mijn collega’s keken me jaloers aan en zeiden: ‘Die heeft Theo van Gogh hier achtergelaten.’

Glunderend haalde ik twee kaartjes voor de première van zijn nieuwe film uit de envelop. Op een bijgevoegd briefje stond: ‘Voor mijn grote vriend Géza. Hopelijk zien we elkaar maandag. Groet Theo.’ Die avond vroeg ik aan mijn ouders of zij ook waren uitgenodigd voor de première van Theo’s nieuwe film. Aangezien dit niet het geval was, vroeg ik mijn vader of ik dan zijn smoking mocht lenen. En zo geschiedde het dat ik die maandag in een veel te wijd pak in de foyer van Tuschinski stond.

Plotseling werd ik op mijn schouders getikt en toen ik me omdraaide, stond Theo daar die me enthousiast omhelsde. ‘Wat vond je ervan?’ Nog voor ik een woord kon uitbrengen, werd hij alweer meegevoerd. ‘We hebben het er in de videotheek wel over,’ riep hij, terwijl hij me een liefdevolle knipoog gaf. Maar op 2 november 2004 werd Theo vermoord en nu – zestien jaar later – vind ik het nog steeds verdrietig dat ik hem nooit meer mijn ongezouten mening heb kunnen geven. Want als iemand dat had kunnen waarderen, dan was het Theo van Gogh.

Beeld: Rachel Schraven

Géza’s column komt uit VIVA-2020-45. Dit nummer ligt t/m 10 november in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«