Géza schrijft: ‘De natuur bijt van zich af en confronteert ons met onze nietigheid’

géza schrijft

Géza Weisz (33) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven.

Waar ben ik? Knijp in m’n arm. Maak me wakker. Amsterdam is verlaten. Het is overal muisstil. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat het hier een paar weken geleden nog krioelde van de mensen. De schreeuwende fietsers, de toeterende taxichauffeurs en de hordes toeristen met hun ratelende rolkoffers: ze zijn allemaal verdwenen. Ik heb geen oorlog van dichtbij meegemaakt. Oorlog was voor mij altijd een abstract begrip. Ik had wel meegekregen dat het geen pretje was en dat we blij mochten zijn dat we in vrijheid met elkaar leefden. De eerste keer dat ik een helder beeld kreeg bij het dagelijks leven ten tijden van oorlog, was bij het lezen van Jan Terlouw. Hij schetste in zijn boeken een wereld waar ik nu voortdurend aan moet denken wanneer ik door de desolate winkelstraten van deze stad loop.

Terwijl ik met mijn hond een wandeling maak, waan ik me een personage uit een van zijn verhalen. Ik weet wel dat ik deze pandemie niet met een oorlog mag vergelijken, maar ik heb geen idee hoe ik me wel tot deze absurde tijd moet verhouden. Bij vlagen geniet ik van de stilte en de rust, maar al gauw voel ik me dan schuldig. Mag ik hier wel lopen? Ik heb een hond aan m’n zijde, dat lijkt me een legitieme reden.

Wat gaat er gebeuren met de wereld? Wordt hierna alles anders?

En ik houd anderhalve meter afstand tot die enkeling die me wel passeert. Zij die te dichtbij komen of niet in hun elleboog hoesten, voorzie ik van een afkeurende blik en een corrigerend geluidje. Iedereen kijkt bezorgd uit zijn of haar ogen. Ook ik maak me zorgen. Om mijn toekomst, om mijn ouders. ’s Nachts droom ik van dierbaren die aan een beademingsapparaat liggen en mij wanhopig aankijken. Ik kan niets doen. Overdrijf ik? Vrienden ontmoet ik alleen nog maar virtueel. Zoom, Skype, FaceTime en Houseparty brengen ons bij elkaar. De één roept dat dit een wereldramp is, de ander relativeert door te zeggen dat het vooral de massahysterie is die ons angst inboezemt.

Een angst die is gebaseerd op anekdotes, maar niet op getallen en zeker niet op feiten. Mijn kompas is van slag. Kan ik nog wel bij vrienden gaan eten? We zijn immers jong en blijven ver uit de buurt van de ouderen. Of moet ik simpelweg een paar weken thuisblijven, me isoleren van de rest? Je kunt toch wel een paar weken zonder al die ontmoetingen, die etentjes en prikkels? Ik blijf maar malen. Hoe lang gaat dit nog duren? Wat gaat er gebeuren met de wereld? Wordt hierna alles anders? Zo veel vragen. Eén ding is zeker: de natuur bijt van zich af. Wij die ons onaantastbaar waanden, worden geconfronteerd met onze nietigheid. We worden allemaal gedwongen om even stil te staan en ons af te vragen waar we nou eigenlijk mee bezig waren.

Lees ook: ‘Juist nu lijken mijn ouders zich nergens druk om te maken’

Géza’s column komt uit VIVA-2020-16. Dit nummer ligt t/m 21  april in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «