Géza schrijft: ‘De stad maakt mij soms woedend en opvliegerig’

Géza Weisz (32) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven.

Het is een zonnige dag in Amsterdam. 
Ik zit op mijn fiets en ben in een goed humeur. Bij het zebrapad staat een mevrouw te wachten tot er eindelijk iemand is die haar voorrang verleent. 
Ik besluit dat ik die ‘iemand’ ben. Niet omdat ik me altijd zo aan de regels hou, maar het is dezer dagen echt leuk om mensen voor te laten in het verkeer. Je wordt vaak bedankt alsof je een heilige bent.

Terwijl ik stop en een hoffelijk gebaar maak, knalt er een fietser van achteren op me in. Alvorens de man met opgestoken middelvinger zijn reis vervolgt, wenst hij mij nog een paar ziektes toe. De vrouw die halverwege het zebrapad is, wordt ook nog even een halt toegeroepen. Ik voel zo veel woede in me opborrelen, dat ik achter de man aan race en mezelf met fiets en al voor zijn wiel werp. De heilige in mij is acuut verdwenen.

‘Ik wil zijn oogballen eruit trekken, maar hij is bijna twee keer zo groot als ik’

Ik wil zijn hoofd vastpakken en z’n oogballen eruit trekken, maar ik zie dat hij bijna twee keer zo groot is als ik en behoorlijk afgetraind, dus in plaats daarvan grijp ik zijn stuur vast en roep ik iets totaal onverstaanbaars. Vol verbazing antwoordt de man: ‘Doe even rustig, gek mannetje.’ Hij heeft gelijk. Dit slaat nergens op, maar de kikker in mij is ontwaakt en dus schreeuw ik: ‘DOOR MENSEN ZOALS JIJ GAAT DEZE STAD NAAR DE GALLEMOER… GALLEMIER… GALLEMIEZEN.’ Ik zie dat hij zijn lach moet onderdrukken. Ik ben me ervan bewust dat ik vooralsnog niet heel gevaarlijk overkom, maar ik probeer me te herpakken met: 
‘Je moet stoppen 
voor een zebra… 
een vrouw op een zebrapad. Mannen en vrouwen op zebrapaden. Iedereen gewoon. Een zebrapad is genderneutraal.’

Wat zég ik allemaal? De woede heeft zich meester gemaakt van mijn linkerhersenhelft. De man lacht spottend en fietst hoofdschuddend weg. Nu pas zie ik dat er allemaal mensen stil zijn gaan staan om het spektakel te aanschouwen. 
Een paar pubermeisjes zijn met hun telefoons mijn acte de présence aan het vereeuwigen. Ik zwaai onhandig naar de camera. ‘Alleen maar nette mensen toch?’ gilt er eentje. Met knalrode wangen trap ik snel mijn pedalen in.

Lees ook: Géza schrijft: ‘Iemand veroveren is niet zo ingewikkeld, bij iemand blijven wel’

Als je in Amsterdam bent opgegroeid, is het is moeilijk toe te kijken hoe de stad transformeert. Het is zo veel hectischer geworden. Soms betrap ik mezelf erop dat ik mensen met een rolkoffer wil schoppen of een selfiestick uit hun handen wil rukken om er iemand mee neer te knuppelen. Waarom ben ik zo boos? Ben ik een woedende man wiens frustraties pas in het verkeer tot uiting komen? Of ben ik eigenlijk heel rustig en alleen in de drukte van de stad zo opvliegerig?
Als ik mijn fiets geparkeerd heb en mijn achterspatbord probeer recht te buigen, zwaait mijn buurvrouw enthousiast vanuit haar opengeslagen ramen: ‘Wat een vrolijke lentedag hè?’ Ik knik enthousiast: ‘Ja, zalig dagje.’

Géza’s column komt uit VIVA-2019-21. Dit nummer ligt vanaf 22 mei in de winkel of kan je hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «