Géza schrijft: ‘Hij kent mij goed genoeg om te horen dat ik er compleet doorheen zit’

géza schrijft

Géza Weisz (33) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven.

Ik was een typisch enig kind. Verwend, eigenwijs en ik dramde graag mijn zin door. Ik kon slecht tegen mijn verlies en vond het moeilijk om mijn speelgoed met anderen te delen. Wanneer vriendjes bij mij thuis kwamen spelen, moest mijn moeder erop toezien dat de joystick van de Nintendo ook in hun handen terechtkwam. Het gemis van een broer of zus was groot, maar wanneer men mij nu vraagt of ik broers of zussen heb, luidt het antwoord – vaak na een moment van lichte twijfel – toch: ‘Ja.’

Mijn vader kreeg namelijk op jonge leeftijd een relatie met een vrouw die vlak daarvoor moeder was geworden van een zoon. De biologische vader verdween al gauw uit beeld en stierf helaas jong. Mijn vader droeg achttien jaar zorg voor het kind, totdat hij en de moeder hun relatie beëindigden.

Het verschil in leeftijd tussen mijn ‘halfbroer’ en mij is zo groot, dat hij in theorie ook mijn vader had kunnen zijn. We hebben nooit een huishouden gedeeld en hij woont al een groot gedeelte van zijn leven in Canada. Hij is setfotograaf en maakt veelal foto’s voor grote film- en televisieproducties. In de jaren dat hij wel in Nederland woonde, hebben we meerdere keren aan dezelfde projecten meegewerkt; hij als fotograaf, ik als acteur.

Lees ook:
Géza schrijft: ‘Een bebaarde man in een boxershort kruipt onder het zeil vandaan’

Ik voel me altijd trots wanneer ik aan de rest van de crew vertel dat hij mijn grote broer is. Toch sluimert er ook een schuldgevoel in mij wanneer ik aan hem denk. Wellicht heb ik dit gevoel van mijn vader overgenomen. Mijn jeugd was immers eenvoudiger, minder complex dan die van hem. Het gemis van een biologische vader, hoe goed mijn vader ook zijn best heeft gedaan en nog steeds doet, werd – vrees ik – (nog) voelbaarder na mijn geboorte. Daar kon geen van ons drieën iets aan doen, dat was onderdeel van de complexiteit die zoiets nu eenmaal met zich meebrengt.

We hebben er nooit echt over gesproken met elkaar. Nu, in het hart van deze tweede lockdown, hunker ik ineens naar wat broederlijke steun. Want ondanks de verschillende genen kent mijn ‘big bro’, zoals hij zichzelf vaak noemt, mij goed genoeg om te horen dat ik er compleet doorheen zit. Het gebrek aan perspectief als acteur, dj en restauranthouder begint me parten te spelen en het licht aan het eind van deze coronatunnel zie ik nog even niet.

In een drie uur durend videogesprek nemen we onze levens door. We blijken in veel dingen op elkaar te lijken; we zijn immers door dezelfde man opgevoed. Hij vertelt me dingen over mijn oma, onze oma, die ik nooit gekend heb. Het voelt als een hechte vriendschap, maar toch ook weer heel anders. Hoe we elkaar nu toch moeten noemen? (Half)broer, bro(ther), fratello (hij is half-Italiaans), we komen er niet helemaal uit. Maar we concluderen wel dat we ontzettend van elkaar houden en veel vaker moeten praten. Nadat we hebben opgehangen, voel ik – al is het maar voor even – hoe het is om niet langer enig kind te zijn.

Beeld: Rachel Schraven

Géza’s column komt uit VIVA-2021-04. Dit nummer ligt t/m 3 februari in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«