Géza schrijft: ‘Ik hoop eerst nog dat ze een grapje maakt, maar ik zie aan d’r gezicht dat het menens is’

Géza Weisz (32) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven

Hi Geza. Ik hoop dat je inmiddels veilig en wel weer thuis bent en ook wat bent afgekoeld. Aangezien het niet de eerste keer is dat er iets rondom jou escaleert op zondagochtend is het misschien wijs om je eens af te vragen of de match tussen jou en de zondagochtendgroep er wel voldoende is. Ik schrik een beetje van de agressiviteit aan jouw kant en ik vind dat eigenlijk niet bij onze groep passen. Een paar uur nadat ik het veld spugend en tierend verlaten heb, krijg ik dit bericht van onze aanvoerder.

Peter is in het dagelijks leven jurist en ik weet weinig van advocatuur, maar als ik me niet vergis, word ik hier op subtiele wijze uit het voetbalteam gezet.

De belangrijkste vraag is niet of ik wel een match ben met de zondagochtendgroep, maar vooral waarom ik zo buitenproportioneel kwaad kan worden. Is dat woedende mannetje die zijn tegenstanders aanvliegt de ware ik en draag ik in het dagelijks leven een masker van vriendelijkheid of ben ik toch gewoon een aardige jongen met zo nu en dan een vreemde uitbarsting? Ik leg het voor aan mijn therapeut en niet voor het eerst herleidt zij dit alles naar de relatie tot mijn ouders. Volgens haar ben ik niet kwaad op mijn tegenstanders, maar op hen. Ik kan het me nauwelijks voorstellen, want ik heb de leukste ouders van de wereld. Ze zijn ontzettend lief en begripvol en hebben mij zonder enig oordeel grootgebracht. Mijn therapeut ontkent dit allemaal niet en toch houdt ze vol dat alle drift eigenlijk aan die twee gericht is. ‘Tegen zo veel liefde is geen kind opgewassen. 
Het is loodzwaar om continu de rol van de perfecte zoon te moeten spelen.’ Ik roep vrolijk dat dit allemaal wel meevalt, maar ze is geenszins van plan om me een gemakkelijke middag te bezorgen: ‘We gaan vandaag je eerste doorbraak doen.’ Inmiddels een beetje zenuwachtig antwoord ik: ‘Een doorbraak? Gaan we mijn carrière een nieuwe impuls geven?’ Ze kan er niet om lachen en zegt: ‘Dat houdt in dat je nu een van je ouders in je hoofd gaat nemen en die mag je stap voor stap om het leven brengen.’ Ik hoop eerst nog dat ze een grapje maakt, maar ik zie aan d’r gezicht dat het menens is.

Ik doe ‘iene miene mutte’ in mijn hoofd en dan begin ik aan de meest gruwelijke fantasie die mijn hersens ooit hebben gecreëerd.

Ik moet mijn vader eigenhandig vermoorden en elke handeling blijven herhalen terwijl ik hem hardop uitspreek. Mijn therapeut reikt me de ene zakdoek na de andere aan. Na afloop weet ik één ding zeker: de woede die ik nu voel, is helemaal en alleen aan mijn therapeut gericht. Ik stap op de fiets en rijd zonder na te denken naar het huis van mijn ouders. 
Ik blijf m’n vader net een beetje te lang vasthouden en voor het ongemakkelijk wordt, vraag ik hem hoe zijn dag was. ‘Goed. En de jouwe?’ 
‘O… ook niets bijzonders hoor.’

Géza’s column komt uit VIVA-2019-38. Dit nummer ligt t/m 24 September in de winkel of kun je hier online bestellen.

Foto: Rachel Schraven

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «