Géza schrijft: ‘Ik lig naakt op een bed, met naalden stekend uit mijn armen, benen en nek’

géza schrijft

Géza Weisz (33) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven.

De pijn in mijn rug wordt met de dag erger. Voorheen kreeg ik vooral last als ik te lang in een stoel zonder leuning had gezeten, maar tegenwoordig begint de ellende al bij het ontwaken. Kreunend van het kraken, klauter ik ’s ochtends het bed uit. Het moet voor mijn negen jaar jongere vriendin een weinig aantrekkelijk beeld zijn dat haar 33-jarige partner nu al zó begint af te takelen.

Drie keer per dag werp ik twee paracetamol naar binnen om de pijn te verlichten. Vandaag heb ik, op advies van mijn moeder, een eerste afspraak bij een acupuncturist. Zoals gewoonlijk heb ik de tijd verkeerd ingeschat en dreig ik te laat te komen. Tevergeefs probeer ik mijn oude Saab te starten. Vloekend draai ik de sleutel meermaals van links naar rechts en bij de achtste poging houdt de verbinding met de accu eindelijk stand. Nog voordat ik de stad uit ben, word ik tegengehouden door een slagboom die aankondigt dat de brug opengaat.

Lees ook:
Géza schrijft: ‘Dat zo’n rare snuiter het tot president schopte, had een zekere amusementswaarde’

Ik ben zo geïrriteerd dat ik begin te toeteren. Geen idee naar wie, maar ik kan geen zinvoller protest verzinnen. De kinderen op de passerende boot zien mijn claxonneren als een begroeting en beginnen vrolijk te zwaaien. Chagrijnig steek ik mijn hand op en veins een glimlach. Dan zoek ik het nummer van de alternatieve heelmeester en bel om me te verontschuldigen: ‘Dit gelooft u vast niet, maar de brug staat open.’

Zijn assistente moet een beetje lachen en zegt dat het geen probleem is. Wat echter wel een probleem begint te worden: mijn oldtimer die weer niet lijkt te starten als de boot is gepasseerd en de slagbomen omhooggaan. Tierend draai ik weer aan de sleutel totdat de auto start. Twintig minuten te laat voor mijn afspraak, ren ik de praktijk binnen. Natuurlijk heb ik mijn mondkapje in de auto laten liggen, terwijl ze me wel drie reminders hebben gestuurd over het verplicht dragen ervan.

Ik sjees terug naar de parkeerplaats om mijn masker te pakken en kom zwetend bij de Chinese arts aan. Hij grijpt meteen mijn polsen vast en valt stil. Daar zitten we dan, zwijgend tegenover elkaar. Hij doet zijn ogen dicht en drukt nog een beetje harder op mijn polsen. Dan zegt hij met een zwaar Chinees accent: ‘Helemaal niet goed.’ Ik doe alsof ik schrik en vraag hem of het kanker is. Hij snapt mijn gevoel voor humor nog niet en schudt ernstig zijn hoofd. ‘Jij hebt veel stress.’

‘Ik lig naakt op een bed met veertig naalden stekend uit mijn armen, benen, borst en nek’

Ik knik enthousiast om dit te beamen. Eindelijk iemand die mij echt begrijpt. Niet veel later lig ik naakt op een bed met veertig naalden stekend uit mijn armen, benen, borst en nek. Ik hoop maar dat dit werkt, want voorlopig lijk ik er niet echt ontspannen van te raken. Ook de klavecimbelmuziek op de achtergrond werkt vooralsnog behoorlijk op mijn zenuwen. Een half uur later trekt de man de naalden eruit, voelt aan mijn polsen, glimlacht tevreden en zegt: ‘Ja, ja, veel beter.’ Een beetje ontgoocheld reken ik honderdtwintig euro af en op de terugweg voel ik eigenlijk overal pijn behalve in mijn rug.

Beeld: Rachel Schraven

Géza’s column komt uit VIVA-2020-44. Dit nummer ligt t/m 3 november in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«