Géza schrijft: ‘Ik zal het maar bekennen: zijn woorden wekten een ontembare woede in me op’

Géza Weisz (32) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven.

Beste Toine Beukering,

U wilt graag voorzitter worden van de 
Eerste Kamer. Maar aangezien de naam Toine Beukering buiten de Forum voor Democratie-burelen nog maar weinig bellen deed rinkelen, was het tijd voor een openhartig interview met de krant van wakker Nederland. In dat interview met De Telegraaf op 8 juni sprak u uw verbazing uit: ‘Ik ben altijd geïntrigeerd geweest hoe dat kan. Dat de Joden – zo’n dapper en strijdbaar volk – als makke lammetjes gewoon door de gaskamers werden gejaagd.’ Nou meneer Beukering, ik behoor tot dat dappere en strijdbare volk en bijna mijn hele familie, onder wie mijn opa, is vergast in zo’n kamer. Ik was er niet bij in het kamp, dus durf ik niet te spreken over hoe mak mijn familie op die beruchte dag was, wel herken ik in het dagboek van mijn opa een man die gulzig in het leven stond.

‘Het is voor ons allebei goed dat u op dat moment niet net toevallig voor mijn auto liep, want dan had ik met liefde alsnog mijn ‘verzet’ getoond’

Ik zal het maar bekennen: uw woorden wekten een ontembare woede in me op. Ook de opmerking ‘Er is heel weinig verzet geweest door de joden’, viel niet helemaal lekker toen ik hem voor het eerst las. Het is voor ons allebei goed dat u op dat moment niet net toevallig voor mijn auto liep, want dan had ik met liefde alsnog mijn ‘verzet’ getoond. Maar goed, ik zat niet achter het stuur, maar op de wc door nieuws-apps te scrollen en besloot, weer makjes, mijn agressie niet de overhand te laten nemen en rustig het volledige 
interview te lezen.

‘Is dat mijn eigen schuld? Vindt u het bijvoorbeeld ook ‘mak’ van zwarte mensen dat zij eeuwenlang als slaaf hebben gediend? Is het hun schuld dat de witte man ze met een zweep aan het werk hield?’

Gelukkig kwam 
ik al gauw tot de conclusie dat u helemaal geen antisemiet bent, sterker nog, ‘wij’ mogen van u ‘gewoon een keppel dragen’. Ontzettend attent, meneer Beukering. U als beleidsmaker weet natuurlijk als geen ander dat de mensheid wordt gedreven door gemeenschappelijke mythes. En dat religie in feite, net als bijvoorbeeld geld, veelal dient als een gemeenschappelijk geloof dat mensen bij elkaar houdt en structuur brengt. Zo ook de wetten en regelgeving die u en uw collega’s bedenken. Zonder die regels zijn we nergens. Wellicht kunt u zich dus verplaatsen in mijn familie die op dat moment, heel suf, gewoon de wetten gehoorzaamden. Het Joodse volk heeft sinds 587 voor Christus moeten vechten voor zijn bestaan. Ik herken, nu nóg, de bewijsdrang om er te mogen zijn. Is dat mijn eigen schuld? Vindt u het bijvoorbeeld ook ‘mak’ van zwarte mensen dat zij eeuwenlang als slaaf hebben gediend? Is het hun schuld dat de witte man ze met een zweep aan het werk hield? U eindigt uw relaas in De Telegraaf door te zeggen: ‘Het is een triest verhaal dat nooit meer mag gebeuren.’ Daar zijn we het over eens. De enige manier waarop dat lukt, denk ik echter, is door een beetje rekening te houden met elkaar. Veel succes met het voorzitterschap en de boreale wereld, meneer Beukering.

Géza’s column komt uit VIVA-2019-27. Dit nummer ligt t/m 9 juli in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «

banner