Géza schrijft: ‘Knetterbrak probeerde ik de volgende ochtend mijn kater te verhullen’

géza schrijft

Géza Weisz (33) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven.

Vanaf mijn dertiende begon ik het te proberen; vaak met weinig succes, ik had mijn lengte immers niet mee, maar op pure wilskracht stiefelde ik club na club af om mezelf als Brugman naar binnen te lullen. ‘Ik heb een groeiziekte, ik ben al vijfentwintig.’ Of: ‘Ik ben Bart de Graaff, herkent u mij niet?’ Alleen al het proberen binnen te komen – even in zo’n rij te hebben gestaan – gaf me het gevoel dat ik onderdeel was van die nieuwe spannende wereld: het nachtleven.

Vanaf mijn zeventiende lukte het steeds vaker, niet dat ik veel gegroeid was, maar mijn vrienden hadden inmiddels een volwassen genoeg voorkomen, waardoor ook ik steeds vaker het voordeel van de twijfel kreeg. Op donderdagnacht stiekem naar Noodlanding in Paradiso, terwijl mijn ouders dachten dat ik bij een vriendje zou slapen. Knetterbrak probeerde ik de volgende ochtend mijn kater te verhullen en met man en macht mijn ogen open te houden tijdens wiskunde.

Lees ook:
Géza schrijft: ‘Geen van ons heeft enig idee wat het beleid is van dit kabinet’

Ik ben nooit een echte danser geweest, maar was alles behalve een muurbloempje. Tot grote ergernis van mijn vrienden stond ik erom bekend meteen na binnenkomst de groep te verlaten en mijn eigen plan te trekken. Ik heb een club altijd gezien als een speeltuin voor volwassenen. Met een gin-tonic in de hand kon ik urenlang een zelfverzonnen parcours bewandelen. Op deze plek verdwenen alle zorgen; slechte schoolcijfers of een gebrek aan werk was je hier binnen een paar seconde vergeten.

Hier gold de ongeschreven wet dat niets van daarbuiten er nog toe deed. Een paar uur lang was dit je familie en godsamme wat waren we close met elkaar. Ik weet niet of het mijn dertigste verjaardag is geweest, of het feit dat ik serieuze verkering kreeg, maar de hunkering naar discotheken is de afgelopen jaren flink afgenomen. Toch kijk ik nu met lede ogen naar al die gesloten nachtclubs. Nergens meer rijen met uitgedoste meisjes die hoopvol naar de doorbitch glimlachen of bronstige kereltjes die met veel heisa de bouncer proberen te overtuigen dat ze naar binnen mogen.

‘Ik heb te doen met al die jonge mensen voor wie nu de meest zorgeloze tijd zou moeten aanbreken’

Ik heb te doen met al die jonge mensen die net een diploma hebben gekregen en voor wie nu eigenlijk de meest zorgeloze tijd zou moeten aanbreken. Dit zou het jaar moeten zijn waarin ze ongegeneerd mogen aankloten. Noodgedwongen moeten zij nu op anderhalve meter afstand contact met elkaar zoeken en lijkt dansen een uitgestorven traditie te worden. Natuurlijk zal een deel van de studenten lak hebben aan de regels en zich ’s nachts verzamelen op geheime plekken waar ze voor de handhavers moeilijk traceerbaar zijn.

Maar juist het zorgeloze, onbezonnen bestaan waar je op die leeftijd zo naar snakt, is op dit moment een utopie. Natuurlijk smachten oudjes naar een vaccin, maar voor de jeugd is het minstens zo belangrijk dat ook zij weer kunnen genieten van een wereld waarin ze elkaar mogen aanraken. En waar alcohol er is om gedronken te worden, in plaats van ter ontsmetting.

Beeld: Rachel Schraven

Géza’s column komt uit VIVA-2020-42. Dit nummer ligt t/m 20 oktober in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«