Géza schrijft: ‘De man antwoordt dat het duidelijk is dat ik homo’s haat’

géza schrijft

Géza Weisz (33) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven.

Dit is niet mijn dag. Ik heb me verslapen voor een belangrijke afspraak en kan mijn fietssleutels nergens vinden. Als een wildeman ren ik door het huis en haal ik alles overhoop; zonder resultaat. Om geen verdere ravage te veroorzaken, besluit ik mijn zoektocht te staken en trek ik mijn hardlooplegging aan. Ik storm naar buiten in mijn strakke zwarte Nike-outfit en word direct staande gehouden door een meneer die mij een LGBT-folder overhandigt. ‘Dit lijkt me wel iets voor jou.’

Ik heb te weinig tijd om de folder goed te bekijken en bedank de man vriendelijk, waarop hij sneert: ‘Dus jij houdt niet van homo’s?!’ Verbijsterd kijk ik de man aan: ‘Wat zeg jij nou?’ De man antwoordt dat het duidelijk is dat ik homo’s haat, anders zou ik zijn flyer wel aannemen. Mijn maag draait zich om. Ik probeer de rust te bewaren, maar ik voel dat mijn bloeddruk omhoogschiet: ‘U komt een beetje gefrustreerd over, meneer.’ De man slikt en beaamt dan: ‘Dat klopt. Ik ben kwaad dat ik mij moet verdedigen omdat ik homoseksueel ben.’ Ik leg hem uit dat hij zich tegenover mij niet hoeft te verdedigen, omdat ik geen onderscheid maak tussen mannen die het met vrouwen doen of mannen die het met mannen doen. ‘Het interesseert me helemaal niet wat mensen met elkaar doen, dat moeten ze lekker zelf weten.’

‘Jij bent een publiek figuur. Jij moet je uitspreken. Het juiste voorbeeld geven.’

Ik voel het zweet op mijn voorhoofd gutsen. ‘Daarnaast heb ik veel homoseksuele vrienden en sta ik elke Gaypride op een boot te dj’en, dus lijkt het me niet zo aannemelijk dat ik een hekel aan homo’s heb, toch?’ De man haalt zijn schouders op en mompelt: ‘Het zal wel.’ Dan slentert hij verder en kan ik het niet laten om hem na te roepen: ‘U wekt op deze wijze alleen maar agressie op.’ De man verstart en draait zich nog één keer om: ‘Zie je nou wel, jullie haten homo’s.’ Ik vraag me af wie hij met ‘jullie’ bedoelt. Dit is een gevecht geworden dat niet te winnen valt, omdat het nooit het mijne is geweest.

Ik moet denken aan de alom gedeelde Instagramfoto, waarop een man een bord vasthoudt met de tekst ‘Silence is violence’. Mijn beste vriendin stuurde mij de foto pas geleden door en beval mij deze ook te delen: ‘Jij bent een publiek figuur. Jij moet je uitspreken. Het juiste voorbeeld geven.’ Het wekte dezelfde irritatie op, die ik ook nu weer voel. Ik wil me wel uitspreken, maar dat kan ik pas als ik genoeg informatie heb ingewonnen; als ik beide kanten van een verhaal ken en lang genoeg op een onderwerp heb kunnen kauwen, zodat ik er een eigen mening over heb kunnen vormen. Begrijp me niet verkeerd, elke vorm van racisme of discriminatie vind ik kleingeestig en dom, maar het is onze taak als mens – met of zonder voorbeeldfunctie – autonoom te zijn en eerst te luisteren voordat we ons uitspreken. Ik weet dus wat me te doen staat en ren achter de man aan. Nog voor hij de straat uit is, roep ik: ‘Sorry meneer, doet u mij toch maar zo’n folder.’

Lees ook: Géza schrijft: ‘Ordinairder dan De Bachelorette wordt het niet en toch wil ik blijven kijken’

Foto: Rachel Schraven

Géza’s column komt uit VIVA-2020-32. Dit nummer ligt t/m 11 augustus in de winkel of kun je hier online bestellen.