Géza schrijft: ‘Niet doodgaan,’ blijf ik als een mantra in haar zachte oortjes fluisteren’

Géza Weisz (32) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven.

Een paar weken geleden had ik de opening van Oeuf, mijn lunchzaakje in Amsterdam. Het was een mooie dag: vrienden, familie en buren kwamen op een zaterdagmiddag bijeen om het glas te heffen. Natuurlijk mocht mijn hond Sjaan niet ontbreken. Sjaan woont sinds twee jaar niet meer op de Spaanse straten van Málaga, maar bij mij in huis. Ze heeft haar kartonnen doos verruild voor een deken van ganzendons en hoeft maar te kwispelen en haar bak wordt bijgevuld met de meest exquise brokjes. Ik heb Sjaan wellicht gered van de straat, Sjaan heeft mij gered van de eenzaamheid. De onrust; tot diep in de nacht van club naar club struinen om maar niet alleen te hoeven zijn. Het gevoel van leegte is door de komst van dit wezentje plots verdwenen. Vierentwintig uur per dag wandelt ze met een grote glimlach achter me aan en houdt ze alles feilloos in de gaten, zo ook de grote Akita-hond die op de dag van de opening met een muilkorf om over het terras sluipt. Als een geboeide gevangene kijkt hij gemeen om zich heen.

‘Op het eerste gezicht lijkt er niets te zien, maar als ik haar halsband losmaak, stroomt 
het bloed uit d’r nek’

Wanneer niet veel later de eigenaar zijn hond van het mondstuk bevrijdt, krijg ik meteen een slecht voorgevoel en besluit ik Sjaan veilig te stallen bij mijn vriendin. Helaas ben ik te laat: een moment van onoplettendheid grijpt de Akita aan om Sjaan vol in de nek te bijten. Een hysterisch gejank klinkt er uit de lieve Sjaan. Terwijl het hele terras mij probeert te kalmeren door dingen te zeggen als ‘ze is oké’ en ‘ze is gewoon geschrokken’, beveel ik iedereen 
ons met rust te laten. Niemand kent zijn hond beter dan het baasje. Ik weet dat ze niet oké is. Eén toon is genoeg om te herkennen dat het niet goed zit. Voorzichtig trek ik het trillende beestje naar me toe. Op het eerste gezicht lijkt er niets te zien, maar als ik haar halsband losmaak, stroomt 
het bloed uit d’r nek. ‘Ik wil dat nú de dierenambulance gebeld wordt,’ zeg ik op kalme maar zeer dwingende toon. Binnen een paar minuten zit ik met een kermende hond op schoot in een wagen die ons met piepende banden naar een dierenkliniek rijdt. ‘Please niet doodgaan, 
please niet doodgaan,’ blijf ik als een mantra in d’r zachte harige oortjes fluisteren. Eenmaal aangekomen bij de eerste hulp voor dieren, 
wordt Sjaan door een lieve vrouw onderzocht.

‘Paniekerig blijf ik 
de arts vragen of ze denkt dat het goedkomt. 
Ze kijkt me bemoedigend aan, maar zegt dat 
ze dat nog niet weet’

De twee centimeter diepe tandwond word schoongemaakt en gedicht. Paniekerig blijf ik 
de arts vragen of ze denkt dat het goedkomt. 
Ze kijkt me bemoedigend aan, maar zegt dat 
ze dat nog niet weet. Zoals het een ware vader betaamt, probeer ik de totale wanhoop die ik voel niet aan mijn harige dochter te tonen. Godzijdank komt niet veel later de arts binnen met een drietal röntgenfoto’s en de verlossende woorden dat er geen zenuwen geraakt zijn. Na een antibioticakuur zal Sjaan weer de oude worden. Terwijl de tranen over mijn wangen lopen, vertel ik Sjaan het goede nieuws: zij mag vanavond in het bed slapen, ik ga wel op de bank.

Géza’s column komt uit VIVA-2019-28. Dit nummer ligt t/m 10 juli in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.

banner