Géza schrijft: ‘Bij iedere tegenstander die neerging, riep ik: ‘Pak aan, vuile rotmof’

géza schrijft

Géza Weisz (33) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven.

In het Nationaal Militair Museum in Soest wordt ter ere van vijfenzeventig jaar bevrijding het waargebeurde verhaal van twee soldaten in de Tweede Wereldoorlog verteld. In de tentoonstelling Hij of ik zien we dit verhaal zowel door de ogen van de Canadese soldaat Léo Major, als die van de Duitse soldaat Hans Kürten. Ik had de bijzondere eer om beide rollen te vertolken in de bijbehorende audio-tour. Als acteur ben ik wel gewend om me te verplaatsen in mensen met wie ik op voorhand niet zo veel heb, maar in dit geval wordt het nóg interessanter, omdat ik Joods ben en veel van mijn familieleden zijn vermoord in de oorlog. Het voelt dus best spannend om de rol van een Duitser, die voor de Nazi’s heeft gevochten, op me te nemen. Toch merk ik, terwijl ik de teksten van Kürten inspreek, dat ik begrip – niet te verwarren met sympathie – krijg voor zijn daden. Hij was namelijk een jongen die geen idee had van wat hem te wachten stond toen hij op achttienjarige leeftijd werd opgeroepen voor het Duitse leger. De tentoonstelling probeert op geen enkele manier het handelen van de Duitsers te rechtvaardigen, maar toont op dappere wijze het ‘menselijke’ aspect aan beide kanten.

‘After the war, our countries found a way to transform enemies into friends,’

De tentoonstelling wordt geopend door de Commandant der Strijdkrachten Rob Bauer, die de aanwezige kinderen van beide soldaten naar voren vraagt te komen. De zoon van Major en de dochter van Kürten weten zich duidelijk geen raad met hun emoties, maar besluiten dan, na een moment van ongemak, elkaar innig te omhelzen. Minutenlang staan ze daar in elkaar verstrengeld, terwijl alle aanwezigen onophoudelijk blijven applaudisseren. Terwijl ik dit ontroerende tafereel aanschouw, moet ik denken aan een middag waarop ik, ik was nog een puber, het computerspel Wolfenstein zat te spelen: een schietspel waarbij je ongegeneerd nazi’s moest afknallen. Bij iedere tegenstander die neerging, riep ik:‘Pak aan, vuile rotmof.’ Totdat mijn vader zijn werkkamer uit stormde en me streng toesprak:‘Ik heb mijn leven te danken aan zo’n rotmof, dus hou op met dat stompzinnige gescheld.’

Toen hij op zijn vijfde ondergedoken zat op een boerderij in Limburg, vond er op een dag een razzia plaats. Verscholen onder een tafel werd mijn vader gegrepen door een Duitse soldaat. De man tilde mijn trillende vader op, keek kort om zich heen en verstopte hem vervolgens in een linnenkast. Genoeg reden voor mijn vader om – ondanks al het leed dat hem door de Duitsers was aangedaan – nooit een hekel aan ze te krijgen. ‘After the war, our countries found a way to transform enemies into friends,’ begint de Commandant zijn verhaal. ‘We have sworn to protect each other against all evil. To never again turn our backs on each other. Now we stand side by side in the fight for freedom.’ Ik verheug me er nu al op dat ik straks mijn vader kan bellen om te vertellen dat ik Rob Bauer heb ontmoet, de man die er persoonlijk voor zorgt dat ons land in vrede leeft.

Lees ook: Géza schrijft: ‘Pas na drie bloedtesten was ik weer gerustgesteld’

Géza’s column komt uit VIVA-2020-10. Dit nummer ligt t/m 10 maart in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «