Géza schrijft: ‘Mijn vader en ik hebben het dagboek van mijn opa nooit durven lezen’

Géza Weisz (32) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven’

In de documentaire Schimmenspel die onlangs op Radio1 was te horen, gaat mijn vader Frans 
op zoek naar zijn – in Auschwitz vermoorde – vader Géza. Ik ben naar mijn opa vernoemd, een Joodse man, niet langer dan één meter vijftig, die acteur was in Berlijn. Tijdens de oorlog zat hij met mijn oma ondergedoken in een huis aan de Amstel. Zonder hun zoon, mijn vader, die zich verscholen hield op een boerderij in Limburg. Er is weinig bekend over mijn opa, wel heeft hij een dagboek nagelaten.

Zowel mijn vader als ik hebben het nooit durven lezen. In de documentaire hoor ik voor het eerst fragmenten eruit, voorgelezen door mijn vader: Wat degene die het bevel tot zulk misdaad heeft gegeven bezielen moet, zal voor mij steeds een raadsel blijven. Wij, die dit leed moeten lijden, ik die uit het werk, uit zijn gezinsleven, uit zijn doen, geheel werd gehaald, die nergens meer een echt huis heeft, van kind en vrouw gescheiden is en zich verborgen moet houden, ik had waarachtig alle reden om hun – die dit alles op hun geweten hebben – te haten en nog ben ik daar niet toe in staat, omdat ik nog steeds het Christus-woord voor mijn geest heb; Heer vergeef hun, want zij weten niet wat zij doen. Nee het is zo, zij weten niet wat zij doen, want ik kan mij geen mensen voorstellen, die tot zulke misdaden in staat zijn.

Mijn vader stopt met lezen en geeft toe dat hij eigenlijk niet verder wil: ‘Elk woord heeft een veel grotere pauze nodig. Elk dingetje dat ik vind, moet ik eerst omhelzen voor ik doorlees.’

Zo is het ook met dit dagboek dat mijn opa, die ik nooit gekend heb, weer een beetje tot leven zou kunnen wekken.

Dit is waarom ik niet durf te beginnen aan het dagboek. Zoals ik een mooie roman vlak voor het einde wil wegleggen; dan zie ik er vreselijk tegenop om de personages die mij dagen, weken of maanden vergezeld hebben weer kwijt te raken. Zo is het ook met dit dagboek dat mijn opa, die ik nooit gekend heb, weer een beetje tot leven zou kunnen wekken.
‘Bij het uitkleden vanavond omhelst hij mij en zegt: 
U bent een hele lieve pappie. En ik? Waarop ik antwoord: Jij bent een hele lieve Fransje.’ Ik hoor dat mijn vader begint te huilen. Hij wil het niet weten. ‘Later als ik oud ben dan wil ik het lezen.’ Mijn vader is tachtig jaar, ruim twee keer zo oud als mijn opa is geworden, slechts 39.

Hij vertelt hoe Géza op zijn zeventiende naar een waarzegger ging. Op zijn vraag hoe oud hij zou worden, antwoordde de waarzegger ‘39’. Dus toen mijn opa op zijn 39e verjaardag samen met mijn oma verscholen zat achter een kast, grapte hij: ‘Nou, het zal niet door een auto-ongeluk komen, denk ik.’ Voor het eerst in mijn leven mis ik mijn opa. Ook ik voel geen woede naar de mensen die hem – direct na zijn aankomst in het kamp – van het leven hebben beroofd. Slechts een verdrietig gevoel beklijft dat ik deze bijzondere man nooit heb kunnen ontmoeten.

Géza’s column komt uit VIVA-2019-42. Dit nummer ligt t/m 22 oktober in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «

Foto: Rachel Schraven