Géza schrijft: ‘Met een tas vol paddenstoelen reizen we richting Big Sur’

Géza Weisz (33) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven.

Na een lange, plakkerige vlucht komen mijn vriend Karel en ik aan in Los Angeles. We hebben dertien uur onafgebroken onze mondkapjes opgehouden, omdat we beiden hypochonders zijn en niet van plan besmet te raken met het coronavirus. Afgepeigerd strompelen we naar de balie van het autoverhuurbedrijf om onze auto op te halen. Mijn wangen kleuren rood wanneer de verhuurder me naar mijn rijbewijs vraagt. ‘Die heb ik helemaal niet meegenomen,’ stamel ik, terwijl ik paniekerig mijn vriend aankijk. ‘Wat? Hoe wilde je in godsnaam een roadtrip door Californië maken zonder rijbewijs?’ Onnozel haal ik mijn schouders op en een kwartier later zit Karel woedend achter het stuur van onze SUV. Een uur lang weigert hij met me te praten, omdat hij weet dat hij een maand lang mijn chauffeur zal zijn.

Ik probeer hem op te vrolijken door te melden dat ik een kennis heb in LA, bij wie we de allerbeste, puur organische magic mushrooms kunnen halen. En dus reizen we een week later met een tas vol paddenstoelen richting Big Sur in het noorden van Californië. We hebben een hotelkamer geboekt in de vorm van een boomhut, met uitzicht over de oceaan. Het is verreweg de mooiste plek waar ik ooit ben geweest en we besluiten dat dit een ideale locatie is voor onze allereerste paddenstoelentrip. Een beetje zenuwachtig kauwen we op de smakeloze schimmels. Anderhalf uur lang lijkt er helemaal niets te veranderen, maar dan merk ik dat ik constant naar Karels krullen zit te staren. ‘Mooie krulletjes heb jij eigenlijk,’ zeg ik vrolijk. Geïrriteerd zet hij zijn pet op en sneert: ‘Waarom werkt dat spul alleen bij jou?’ Maar niet veel later staan we samen gebiologeerd naar een boom te staren. ‘Deze boom huilt,’ zegt Karel en ik knik enthousiast. Vervolgens sluipen we door een bos en zien we dingen die we nog nooit hebben gezien; de natuur lijkt zijn best bewaarde geheimen aan ons te ontrafelen.

Lees ook
Géza schrijft: ‘Bij elke filmpremière zat ik trillend in de zaal om me heen te kijken: vinden ze me leuk?’

Ik stel voor – nu de avond aanbreekt en het donker wordt – te gaan zwemmen in de infinity pool, een zwembad dat de optische illusie geeft door te lopen in de oceaan. Na een poosje in het water te hebben gedobberd, staat Karel op om te gaan plassen en waarschuwt me dat ik me koest moet houden en vooral niet mag denken dat ik kan vliegen. Hij is nog geen vijf seconden het hek uit of ik roep al: ‘Karel, Karel, kom terug!’ Hij stormt terug en vraagt geschrokken wat er aan de hand is. ‘Kijk,’ zeg ik, terwijl ik omhoog wijs naar de maan waar een witte cirkel omheen kleurt. ‘Zie jij dat ook?’ ‘Ja, ik zie hem ook,’ fluistert hij. De natuur heeft onze eerste paddotrip beloond met een halo. Ademloos liggen we nog urenlang omhoog te kijken, niet helemaal zeker of anderen dit ook zouden kunnen zien. Maar dat doet er eigenlijk ook niet toe, want godallemachtig wat is de aarde toch mooi.

Géza’s column komt uit VIVA-2020-12. Dit nummer ligt t/m 25 maart in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «