Geza schrijft: “Ik wil je niet bank maken hoor’, zegt een bevriende econoom. Maar het kwaad is al geschied’

trolleyprobleem

Géza Weisz (33) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven. Deze week schrijft hij over het trolleyprobleem. 

De eerste paar weken was iedereen vooral bezig met het virus zelf. Hoe ziek word je ervan? Hoe vaak en hoe lang moet je je handen wassen? Verspreidt het zich ook via materialen? Gaan alleen ouderen er dood aan? Men sprak zijn zorgen uit over vaders, moeders en fragiele grootouders. Deze week domineert echter een ander onderwerp het merendeel van de gesprekken: de economie. We lijken het virus hier in Nederland redelijk onder controle te hebben; Chinese, Italiaanse en Amerikaanse praktijken hebben we vooralsnog weten te omzeilen en dus wordt er voorzichtig gespeculeerd over hoe straks verder. In mijn vriendenkring lopen de meningen nogal uiteen. Men is het erover eens dat ons een flinke crisis te wachten staat, maar hoe groot deze recessie wordt, weet niemand met zekerheid te zeggen.

‘Ik zag het als een probleem van tijdelijke duur’

Zelf heb ik weinig kaas gegeten van economische zaken. Ik heb nog nooit een financieel dagblad ingekeken en zie mezelf wel als ondernemer, maar ik ben verre van zakelijk. Kinderlijk naïef was het misschien om te denken dat nu de hele wereld stilstaat en niemand iets kan doen, we over een paar maanden weer vrolijk verder gaan waar we gebleven waren. Natuurlijk was ik wel bezorgd over de huur van mijn restaurants en de hypotheek van mijn huis, maar dat zag ik als een probleem van tijdelijke duur. Een bevriende econoom legt mij via FaceTime uit dat ons juist op de lange termijn een ware hel te wachten staat: ‘Als je alle restaurants, winkels en fabrieken voor één dag sluit, stort de hele wereld in, dus stel je eens voor wat er gebeurt als je dat een paar maanden doet.’ Hij slikt even. ‘Dit coronavirus is slechts een kleine golf van een gigantische tsunami die over onze wereld heen zal spoelen. Ik vrees echt voor een Great Depression 2.0.’ Ik kan me de desbetreffende geschiedenisles niet meteen voor de geest halen dus vraag ik: ‘Wat houdt dat eigenlijk in zo’n Great Depression?’ Emotioneler dan ik van hem gewend ben, kijkt mijn vriend de lens in: ‘Dat heel veel mensen – zoals jij en ik – zonder eten komen te zitten.’ Hij ziet mijn gezicht bleek worden, dus voegt daar gauw aan toe: ‘Ik wil je niet bang maken, hoor.’ Maar het kwaad is al geschied. ‘Heeft Jort Kelder dan toch gelijk? Hadden we niet zo snel alles dicht moeten gooien?’ Mijn vriend denkt even na en vraagt dan: ‘Ben je bekend met het trolleyprobleem?’ Ik schud nee. ‘Stel je voor: Je staat op een brug en onder je rijdt een tram op vijf nietsvermoedende mensen af. Zij zullen sterven tenzij jij iets zwaars op de rails gooit. Toevallig staat er een heel dikke man naast je en de enige manier om de tram te stoppen, is door deze dikke man van de brug af te duwen, waardoor hij sterft, maar er vijf levens gered worden. Moet je dit doen?’ Ik geef geen antwoord en hoop maar dat het een strikvraag is en ergens toch nog een zware koffer op de brug staat.

Lees ook Géza’s vorige column over corona: ‘De natuur bijt van zich af en confronteert ons met onze nietigheid’

Géza’s column komt uit VIVA-2020-18. Dit nummer ligt t/m 5 mei in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «