Géza schrijft: ‘Straks kom je in een villa aan de Côte d’Azur vast te zitten’

géza weisz

Géza Weisz (33) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven.

Het is acht uur als ik door twee opgewonden duiven, die al weken een nestje op de patio bouwen, word gewekt. Een uur later dan ik me had voorgenomen, slof ik richting mijn 25 jaar oude Saab en zuig ik met een kruimeldief het stof, de voedselresten en de hondenharen van de stoelen.

Vervolgens gooi ik een emmer heet water over de wagen om te voorkomen dat de duivenstront zich nog verder in de zwarte lak bijt. Ik ben een dierenliefhebber, maar deze vliegende ratten zou ik het liefst met een luchtbuks uit de boom schieten. Eindeloos hoorde ik mijn ouders vroeger kibbelen wanneer mijn moeder met een stok de duiveneieren op ons balkon doorprikte en mijn vader haar met man en macht probeerde tegen te houden.

Ik heb geen tijd meer om de Saab een echt goede wasbeurt te geven, want geheel tegen de verhoudingen in is mijn vriendin al klaar om te vertrekken, wat ze ostentatief kenbaar maakt door vrolijk haar gigantische koffer in de achterbak te proppen.

Het zal je maar gebeuren dat je straks, in een villa met tennisbaan en zwembad aan de zonovergoten Côte d’Azur, vast komt te zitten

Iedereen heeft ons afgeraden met een aircoloze oldtimer naar Zuid-Frankrijk te rijden, maar vliegen vind ik voorlopig nog te spannend en ik wil graag mobiel blijven; het zal je maar gebeuren dat je straks, in een villa met tennisbaan en zwembad aan de zonovergoten Côte d’Azur, vast komt te zitten en niet meer terug kunt.

We vertrekken richting Parijs, waar we de eerste twee nachten zullen verblijven. Enthousiast zingen we mee met de Franse chansons die keihard door de krakende speakers klinken. Een goed gesprek of enerverende podcast zit er niet in deze reis; door de bloedhitte en het gebrek aan modieuze verkoeling zijn we genoodzaakt alle ramen continu open te houden.

Na vier uur zwetend achter het stuur te hebben gezeten, zijn de liedjes op en heb ik – een onbedaarlijke kramp in mijn kuiten gekregen, dus vraag ik mijn lief of ze een stukje wil rijden. Zij beweert altijd dat ik niet zo goed kan rijden, dus ik moet even grinniken als ze de motor twee keer laat uitvallen en op de snelweg de auto niet in z’n vijfde versnelling krijgt. ‘Dit is zo’n rotding!’ vloekt ze, terwijl ze driftig aan de pook trekt.

Ik – nogal trots op mijn oldtimer – sneer dat zij het rijden misschien een beetje verleerd is. De eerste vakantieruzie ligt op de loer. Snel stoppen we bij een wegrestaurant om een goor broodje naar binnen te duwen. Bijna alle ruzies beginnen bij honger, althans: in ons geval. Ik neem het stuur weer over en twee uur later rijden we fluitend Parijs binnen.

De stad van de liefde is compleet verlaten, het is immers half augustus; dé vakantieperiode in Frankrijk en ook hier houdt de pandemie veel mensen binnen. Zij die wel gebleven zijn en nog de straat op durven, dragen allemaal een mondkapje.

Op elke hoek druk ik met mijn mondkapje tegen het – met hartjes versierde – kapje van mijn geliefde. Giechelend gaan we op een terras aan de – Place de la République – zitten en meteen worden we door twee witte vogeltjes begroet; de duiven lijken hier nóg verliefder en veel minder irritant.

Beeld: Rachel Schraven

Géza’s column komt uit VIVA-2020-36. Dit nummer ligt t/m 8 september in de winkel of kun je hier online bestellen.