Geza schrijft: ‘Ik weet me geen raad met het verdriet dat ik voel’

Geza Weisz (32) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven

Nu ik stukjes schrijf, voel ik me genoodzaakt om wat vaker de krant te lezen. Op de voorpagina staat in grote zwarte letters: Man in Amstelveen doodgeschoten, vierjarig kind kijkt toe vanaf de achterbank. De rillingen lopen over m’n lijf. Sommige dingen zijn te erg. Ik weet niet veel van de onderwereld, maar ik heb genoeg gangsterfilms gezien om de ongeschreven wet te kennen: men moordt niet in het bijzijn van kinderen. Snel sla ik de krant om naar de sportpagina, maar mijn gedachten dwalen af.
Ik zie het vrolijke gezichtje van de dochter van Djordy Latumahina voor me. Djordy was geen vriend van mij, maar een collega-dj uit het dorp Amsterdam die ik met enige regelmaat op feestjes tegenkwam. Zijn gulle glimlach verraadde een onmiskenbaar lief karakter, dus ik was – net als zovelen – verbijsterd toen ik drie jaar geleden hoorde dat hij was doodgeschoten. Het blijkt een vergismoord. In een parkeergarage worden hij en zijn vriendin beschoten onder toeziend oog van hun dochtertje, die als enige niet wordt geraakt. Djordy is op slag dood, zijn vriendin zwaargewond. Omdat ik het nichtje van zijn vriendin redelijk goed ken, besluit ik naar club Bitterzoet te gaan, waar hij wordt herdacht.

Ik weet me geen raad met het verdriet dat ik voel. Wie ben ik om hier tussen zijn familie en echte vrienden te staan?

Maar dan komen meer en meer mensen de club binnen om een roos neer te leggen of een kaarsje te branden. Djordy’s dood heeft niet alleen impact op zijn directe omgeving. Wekenlang hangt er een verdrietige deken over de stad. Het is stil in Amsterdam, zou Ramses Shaffy zeggen.
Twee maanden later zitten we met z’n allen op mijn bank naar een spelprogramma te kijken. Terwijl iedereen zich druk maakt over wie er wel of niet weggestemd zal worden, kijk ik naar het nichtje van Djordy, die steeds stiller wordt. Ik rook niet, maar toch stel ik voor om naar buiten te gaan voor een sigaretje. Opgelucht knikt ze en samen vluchten we de kamer uit. Terwijl ze een hijs van een sigaret neemt, stromen de tranen over haar wangen. Ik ben nog weinig ervaren met de dood, maar ik kan me voorstellen dat één van de onverdraaglijke feiten ervan is dat de wereld gewoon door blijft gaan. ‘Hoe kan iedereen zich nu alweer druk maken om zo’n stom programma?’ snottert ze. Ik weet niet wat te zeggen, dus ik sla mijn arm om haar heen. Minutenlang staan we daar, zwijgend. En dan doorbreek ik de stilte: ‘Mijn pa heeft als kind iedereen verloren in de oorlog. En toch is hij de meest optimistische man die ik ken.’ Ze knikt, trapt de sigaret uit en droogt haar tranen: ‘Kom we gaan weer naar boven.’ Ik zie dat ze haar best doet om naar me te glimlachen. Ik lach terug, maar weet ook: sommige dingen zijn te erg.

Lees ook: 

Géza’s column komt uit VIVA-2020-02. Dit nummer ligt t/m 14 januari in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «

Foto: Rachel Schraven