Géza schrijft: ‘Hij kijkt me beledigd aan, maar zijn glinsterende ogen verraden hem’

géza weisz

Géza Weisz (33) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven.

Mijn vader wil graag oud worden zonder ouder te worden. Of eigenlijk ouder worden zonder oud te worden. Zolang als ik me kan herinneren, heeft hij moeite met het vieren van zijn verjaardag. De meeste mensen steken hun handen in de lucht en roepen dingen als ‘hoera’ of ‘hieperdepiep’ op deze dag, maar mijn vader niet. Hij ziet het als een noodzakelijk kwaad; een jaarlijks terugkerende confrontatie van en met het leven.

Geheel tegen zijn eigen zin in gaan we dus vandaag zijn twee-en-tachtigste verjaardag uitbundig vieren op het water. Mijn vriendin en ik rijden naar Ouderkerk aan de Amstel, om daar de mooiste sloep van ’t land op te halen. Ik ben een weinig ervaren kapitein, maar dat laat ik natuurlijk niet merken aan mijn geliefde, die mij zo nu en dan met een schuin oog aankijkt wanneer ik met de achterkant van de boot rakelings langs de kade schamp.

In een rap tempo varen we naar de Oudezijds Voorburgwal in het oude centrum van Amsterdam, alwaar ik mijn vader en moeder voorzichtig de boot in begeleid. Eenmaal aan boord pakt mijn jarige papa mij enthousiast beet en voor het eerst in vier maanden – niet dat het coronagevaar nu enigszins geweken is – omhelst hij me. Ik laat hem begaan; dit is immers niet de dag om hem te beleren. We varen langs de Stopera, waar mijn vaders beste vriend al wuivend op ons staat te wachten en vervolgens met speels gemak op het bootje springt.

‘Amsterdam lijkt weer meer en meer op de stad van vóór de pandemie’

Op verschillende locaties door de hele binnenstad heen staan er vrienden klaar om hem te verrassen, terwijl ze liefdevol zijn pogingen tot knuffelen proberen te ontwijken. Wanneer iedereen aan boord is, lukt het me eindelijk te ontspannen en bij vlagen zelfs te genieten van de mooie uitzichten op deze antieke stad. Amsterdam lijkt weer meer en meer op de stad van vóór de pandemie; een hysterische plek waar je voortdurend op je hoede moet zijn dat je niet door een taxi geschept wordt of met je fiets op een dronken toerist knalt. Op het water is die consternatie nauwelijks voelbaar; hier kun je in alle rust genieten van de schitterende scheve huizen, die naar voren buigen – niet omdat ze scheef zijn gaan staan in de loop der jaren, maar zo gebouwd zijn om zware spullen naar boven te kunnen takelen. Ik ben hier geboren en getogen, ken de stad op mijn duimpje en toch weet ze me telkens weer met haar schoonheid te betoveren zodra ik haar vanaf het water zie.

Via de Brouwersgracht varen we naar de Prinsengracht en dan kabbelen we door naar de Amstel, waar ik de boot soepel tegen de steiger van het beroemde Amstel Hotel aanleg. Daar wordt mijn papa, geheel tegen de belofte in, ontvangen met een taart waar in grote cijfers 82 op staat.

Hij kijkt mij quasi-beledigd aan, maar zijn glinsterende ogen verraden hem; hij is het leven aan het vieren.

Lees ook: Géza schrijft: ‘De man antwoordt dat het duidelijk is dat ik homo’s haat’

Foto: Rachel Schraven

Géza’s column komt uit VIVA-2020-33. Dit nummer ligt t/m 18 augustus in de winkel of kun je hier online bestellen.