Géza schrijft: ‘Met open mond ging ik steeds dichter bij m’n tv zitten’

Géza Weisz

Géza Weisz (33) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven.

Niet vaak overkomt het mij nog, dat ik fan word van iemand. Ik weet niet wat het kantelpunt in het leven is waarop dit verdwijnt. In je jeugd doe je bijna niet anders dan fan zijn van anderen. Zo was ik idolaat van Willem Nijholt na het zien van de musical Cabareten had ik – geloof het of niet – een sierkussen met zijn hoofd erop. Ik bezat talloze spaarplaatjes van de Ajax-selectie uit 95 en mijn kamer hing vol met posters van voetballegendes. Ik heb een Southpark-fase gehad, waarin mijn vitrinekast gevuld was met poppetjes van alle karakters uit de serie. En toen volgde er een hiphop-tijdperk waarin de voetballers aan de muur vervangen werden door rappers; allen afkomstig uit de East Coast van Amerika, want iedereen van de West Coast was wack en daar wilde ik logischerwijs niks mee te maken hebben. Ik heb geen idee op welke leeftijd het intrinsieke besluit kwam om van niemand meer echt fan te zijn. Natuurlijk ga ik nog steeds weleens naar een concert, maar ik kan me niet voorstellen dat ik ooit nog een podium op zal stormen om een artiest – kostte wat het kost – in mijn armen te sluiten totdat de security mij losrukt. Zoals ik dat met Method Man bij mijn eerste bezoek aan Paradiso deed. Al voel ik nu voor het eerst in jaren weer een kinderlijke bewondering – bijna verliefdheid, namelijk voor Michael Jordan.

Na het zien van de serie The last dance is het onmogelijk om niet een Chicago Bulls-jersey met nummer 23 erop te bestellen. De tiendelige serie volgt Jordan en zijn ploeggenoten in zijn laatste jaar bij de club, afgewisseld met beelden uit het verleden en heden. De serie heeft wat mij betreft net zo veel met basketbal te maken als met het najagen van dromen. Steeds dichter ging ik bij m’n tv zitten om met open mond naar deze gigantische Amerikaanse helden te staren.

“Zelf begrijp ik ook niet helemaal waarom een man aan de andere kant van de wereld mij nu nog zó kan raken.”

Het is moeilijk aan mensen die er niets mee hebben uit te leggen wat sport zo bijzonder maakt. Zelf begrijp ik ook niet helemaal waarom een man aan de andere kant van de wereld, die dertig jaar geleden furore maakte, mij nu nog zó kan raken. Het antwoord is denk ik dat we ons (willen) herkennen in het verlangen iets groots te bereiken. Natuurlijk, als je sec naar het spelletje kijkt is het oerdom, maar het zichtbaar ploeteren voor succes maakt het geheel zo ontroerend. Michael Jordan was in zijn jeugd een redelijke basketballer. Niet uitzonderlijk getalenteerd, maar het verlangen om zijn vader voor zich te winnen en de strijd met zijn oudere, veel geliefdere broer hebben de basis gelegd voor de grootste winnaar die onze wereld ooit gekend heeft. De film toont op een eerlijke wijze het harde – soms bijna onaardige – karakter van Jordan. Je gaat niet van Michael houden omdat hij zo vriendelijk is, je sluit hem in je hart omdat hij iedereen om zich heen inspireert de beste versie van zichzelf te worden. Nog nooit heb ik met zo veel plezier naar een documentaire gekeken en ben ik dus nu, dertig jaar te laat, opeens weer iemands grootste fan.

Lees ook: Géza schrijft: ‘We schieten alle vier in de lach en vergeten eventjes de gigantische afstand tussen ons’

Foto: Rachel Schraven

Géza’s column komt uit VIVA-2020-25. Dit nummer ligt t/m 23 juni in de winkel of kun je hier online bestellen.