Géza schrijft: ‘Ik stond met m’n bek vol tanden, want ik had het inderdaad niet gezien’

géza schrijft

Géza Weisz (33) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven.

Verstandige mensen werken jaren in de horeca voordat ze een eigen restaurant beginnen. Ik daarentegen heb drie restaurants geopend zonder ooit een dag achter een bar te hebben gestaan. Dat zeg ik zonder enige trots of arrogantie. Wanneer mensen hun bewondering uitspreken voor mijn snel opgebouwde imperium, dan wimpel ik dat gauw af door te zeggen dat een restaurant openen niet zo heel ingewikkeld is; hem open houden, daar zit de uitdaging. Een paar dagen terug werd ik voor het eerst geconfronteerd met mijn gebrek aan ervaring. Ik was in de veronderstelling dat we een geweldige avond hadden; het terras zat vol met vrolijke mensen en ook binnen werd – weliswaar op anderhalve meter afstand van elkaar – enthousiast geconsumeerd. Ik voegde me bij een tafel met vrienden en haalde een van onze mooiste wijnen tevoorschijn, die ik niet veel later eigenhandig soldaat hielp maken. Een tikkeltje aangeschoten kwam ik de keuken binnen gewaggeld, waar onze chef zich moest inhouden om niet een van d’r vlijmscherpe keukenmessen in mijn rode wangetjes te planten. ‘Zie je dan niet dat je personeel aan het verzuipen is, terwijl jij laveloos op het terras zit?!’ Ik stond met m’n bek vol tanden, want ik had het inderdaad niet gezien.

‘Dit is mijn eerste dag op de vloer,’ zeg ik verlegen

Niet de beneveling, maar het feit dat ik nog nooit zelf op de vloer had gestaan, deed me de das om. Ik wist wat me te doen stond en belde de volgende ochtend onze bedrijfsleidster om te vragen of ze mij ook wilde inroosteren. En zo geschiedde het dat vandaag mijn eerste dag als ober wordt. Zenuwachtig prop ik mijn zelf gestreken witte overhemd in m’n hoge zwarte pantalon. Ik probeer mijn haartjes – die zichtbaar nog van slag zijn door de drie kapperloze maanden – in een scheiding te kammen en dan snel ik richting het restaurant, want ik wil niet te laat komen op mijn eerste werkdag. Al het personeel heeft zich aan een grote tafel verzameld en de chef voorziet ons allen van een bord spaghetti. ‘Dit is nou personeelseten,’ zegt ze knipogend. Drie kwartier later komt onze eerste gast binnen. Zoals het protocol voorschrijft, vraag ik haar of ze gezond is. De vrouw grinnikt en zegt dat ze zich topfit voelt. ‘Dit is mijn eerste dag op de vloer,’zeg ik verlegen, waarop mijn collega’s naar de gast fluisteren dat ze dus niet moet schrikken als ze een bord op haar hoofd krijgt. Ik laat me echter niet zo makkelijk uit het veld slaan en voeg daaraan toe dat ik iedereen aanraad om vanavond een poncho te dragen, ook binnen. De vrouw schatert het uit en het ijs is gebroken, dus laat ik mijn zenuwen varen en speel ik de rol van ober alsof ik nooit anders gedaan heb. Het is onvoorstelbaar leuk om mensen zo gelukkig te maken en zelfs de afwas is minder vreselijk dan ik me had voorgesteld. Aan het eind van de lange avond trek ik bezweet mijn schort uit, meteen komt de chef haar keuken uitgehold: ‘Ik ben zo trots op je!’ Nonchalant wuif ik haar compliment weg, maar van binnen glunder ik als nooit tevoren.

Lees ook: Géza schrijft: ‘Al gauw geef ik me eraan over en zie ik ook mijn eigen vuist omhoog schieten’

Foto: Rachel Schraven

Géza’s column komt uit VIVA-2020-27. Dit nummer ligt t/m 7 juli in de winkel of kun je hier online bestellen.