Géza schrijft: ‘Iemand veroveren is niet zo ingewikkeld, bij iemand blijven wel’

Géza Weisz (32) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven.

‘Jarenlang was ik alleen. Trots prijkte ik op lijstjes van Nederlands meest begeerde bachelors. Na het vierde jaar op rij realiseerde ik me dat het treurig werd. Ik las de ene na de andere onhandige uitspraak van mezelf terug in interviews, die met een beetje pech ook nog uit hun verband werden getrokken en als kop gebruikt op tientallen ‘nieuwssites’: ‘Ik ben rampzalig in de liefde.’ Of: ‘Ik wil zo veel mogelijk vrouwen veroveren.’ En: ‘Ik heb een groot Napoleoncomplex.’ Het was niet allemaal even onwaar. Maar de liefde verdient meer nuance.’

‘Wat is er mis met me?’ 

‘Met enige bewondering en lichte jaloezie kijk 
ik altijd naar mensen die het lang met elkaar uithouden. Iemand veroveren is niet zo moeilijk, bij iemand blijven is een stuk ingewikkelder. ‘Wat is er mis met me?’ vraag ik een beetje moedeloos aan mijn therapeut. Met een geruststellende glimlach legt ze me uit dat mijn onfortuinlijke liefdesleven z’n oorsprong vindt in het (oorlogs)verleden van mijn ouders, die mij op relatief late leeftijd kregen (mijn vader was 48, mijn moeder 39). Zij hebben mij toen zo enthousiast onthaald dat ik daar nu de prijs voor betaal. Van de goddelijke troon waar ze mij op hebben gezet, moet ik nu zelf weer af klauteren. ‘Jij hebt een kinderlijk beeld van de liefde. Er is niks mis met je, maar je bent op zoek naar een godin en die bestaat niet.’

‘Hoe graag ik WOII ook aangrijp om mijn zelfmedelijden mee te rechtvaardigen, sputter ik: ‘Kan het niet te maken hebben met mijn bestaan als acteur en dj? Dat ik mezelf gewoon heb verpest, door zo eindeloos veel op zoek te gaan naar aandacht?’ ‘Die zoektocht komt niet uit het niets. Je bent op zoek naar bevestiging. Wat direct te herleiden is naar de aandacht die je als kind van je ouders kreeg.’

‘Inmiddels denk ik dat ze gelijk heeft. Jarenlang werd iedere vrouw niet alleen door míjn kritische ogen, maar ook door die van mijn ouders en mijn vrienden gewogen. Althans, dat deed ik gemakshalve voor ze. Niet één vrouw heeft echt de kans gekregen, omdat ik in mijn hoofd een jury had samengesteld door wie, bewust of onbewust, per definitie niemand zou worden toegelaten. Ik was niet rampzalig in de liefde, ik had haar tot nu toe de rug toegekeerd.’

‘In mijn hoofd had in een jury opgesteld door wie niemand werd toegelaten’

‘En toen was het raak. Een vriendinnetje. Op het eerste gezicht een goddelijke verschijning, maar als je – zoals ik – de eer krijgt om haar beter te leren kennen, ontdek je hoeveel menselijke eigenschappen, eigenaardigheden en onvolkomenheden ook zij met zich mee draagt.’
‘Vind je mij geen godin dan?’ vraagt ze.
‘Nee, gelukkig niet.’
‘Hoezo niet?’
‘Dan had het nooit wat kunnen worden 
tussen ons.’

Deze column is afkomstig uit VIVA 20-2019. Deze editie ligt vanaf 15 mei in de winkel. Je kunt de editie ook hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«