Géza schrijft: ‘We schieten alle vier in de lach en vergeten eventjes de gigantische afstand tussen ons’

géza weisz

Géza Weisz (33) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven.

Oertrots was ik altijd, wanneer ik mijn klasgenoten kon vertellen dat mijn ouders en ik een weekend in Huis ter Duin – het vijfsterrenhotel aan de kust van Noordwijk – hadden  doorgebracht. Dit was de plek waar het Nederlands elftal vaak sliep, dus natuurlijk stond ik flink op te scheppen dat de portier – die inmiddels ook mijn vriend was – Edgar Davids en Frank Rijkaard héél goed kende. En de enkeling die niet in voetbal geïnteresseerd was, overtuigde ik van mijn coolness door de Ferrari’s en Lamborghini’s, die voor het hotel hadden gestaan, tot in detail te omschrijven.

Vandaag staan er echter geen dure wagens als mijn vriendin en ik het parkeerterrein van Huis ter Duin op rijden. Alleen de stokoude Volvo van mijn ouders glimt in de felle zon. Ik zet mijn (iets minder afgeragde) Saab ernaast en we zijn de auto nog niet uit of mijn vader komt op ons af gesneld. Amicaal legt hij zijn arm om de schouders van mijn vriendin. ‘HOUD AFSTAND PAP!!!’ roep ik, waarna hij geschrokken naar achteren springt. Het is voor het eerst in twee maanden dat we elkaar weer zien – de Zoomsessies daargelaten. Het terras van het hotel is nog gesloten, maar ze zijn hier zo vriendelijk om de mensen – op deze snikhete zomerdag – wel toegang tot de strandbedjes te verschaffen.

Lees ook: Géza schrijft: ‘De tranen lopen over mijn wangen als ik me realiseer dat ik een serieus probleem heb’

Mijn moeder heeft de bedden al op anderhalve meter van elkaar gezet en zwaait ons vrolijk tegemoet. De gigantische afstand tussen de bedden zorgt er wel voor dat het bijna onmogelijk is om een gesprek te voeren zonder de mensen om ons heen daar ook deelgenoot van te maken. Een tikkeltje ongemakkelijk probeer ik het ijs te breken: ‘Wat vonden jullie van de speech van de koning?’ Er ontstaat meteen een discussie over het koningshuis, die mijn vader een nieuwe wending geeft door te vertellen dat hij bij Beatrix in de klas heeft gezeten. Mijn moeder en ik kijken elkaar verbaasd aan – hij heeft dat nog nooit eerder verteld – en we vragen ons dus hardop af of dit wel waar is. ‘Daar twijfel ik zelf nu ook een beetje aan,’ biecht hij grinnikend op. We schieten alle vier in de lach en vergeten eventjes de gigantische afstand tussen ons.

Dan word ik terug naar de realiteit gevoerd door een jongetje dat vlak bij het bed van mijn moeder komt staan om zijn verdwaalde bal op te rapen. Echt ontspannen zit er niet in, omdat ik me voortdurend bewust ben van de genadeloze leeftijd die mijn beide ouders tot ‘risicogroep’ heeft veroordeeld. Niet dat ik nog bij mijn moeder op schoot ga zitten, maar het feit dat zij de zonnebrandcrème een paar meter verderop moet zetten in plaats van hem gewoon aan te kunnen reiken, en ik het dopje nu met mijn mouwen probeer los te krijgen, gaat tegen alle wetten van de natuur in. Voor het eerst in mijn leven kan ik mijn ouders geen knuffel geven bij het weggaan. En ook mijn vriend, de portier, wordt door een glazen wand geweerd van iedereen die hem een hand probeert te schudden. Er valt deze keer weinig op te scheppen.

Foto: Rachel Schraven

Géza’s column komt uit VIVA-2020-24. Dit nummer ligt t/m 16 juni in de winkel of kun je hier online bestellen.