Géza schrijft: ‘Ik voel mijn wangen roodkleuren en heb acute spijt van mijn egotrip’

geza weisz

Géza Weisz (33) is acteur en dj en schrijft in VIVA elke week over zijn leven.

Waarom is al het wc-papier op? Geïrriteerd sta ik voor de lege schappen van mijn biologische supermarkt. Opvallend is het, dat de pasta en rijst nog wel in grote hoeveelheden aanwezig zijn. De enige twee dingen die ik kom inslaan. ‘Als er niets te eten is, dan valt er ook niets te poepen toch?’ vraag ik guitig aan de caissière, terwijl ik de band volstouw met verschillende soorten graan. Ze weet zich geen raad met mijn smakeloze grap en blijft stoïcijns naar d’r scherm staren.Om het ijs nogmaals te breken, voeg ik daaraan toe: ‘Bizar eigenlijk dat het eten overal in de stad op is, behalve bij jullie. Dan weet je echter zeker dat dit een veel te dure supermarkt is, hè?’ Een gewiekste jonge medewerker komt achter me staan en antwoordt: ‘Duurzaam, niet duur.’ We lachen er samen om en geven elkaar frivool eencorona-elleboog-boks. Bepakt met genoeg pasta om heel Italië weer van eten te voorzien, stap ik op mijn elektrische VanMoof-bike, die ik door de zware tassen aan mijn armen nauwelijks meer kan besturen. Het moet een vreemd gezicht zijn, hoe ik daar op mijn net iets te grote fiets wegslinger, maar niemand kijkt er gek van op; men is zelf te druk met hamsteren voor deze pandemie-crisis.

‘Ik verheugde me stiekem wel op een grote wereldramp’

Vroeger fantaseerde ik weleens over dit soort taferelen. Sterker nog, ik verheugde me stiekem wel op een grote wereldramp, die ons allemaal tijdelijk zou ontregelen; puur omdat dit spannend zou zijn en de dagelijkse sleur kon doorbreken. Een gebeurtenis waardoor wij in de geschiedenisboeken van later geen lullige, nietszeggende bladzijde zouden zijn, waar de kinderen onopgemerkt aan voorbij lezen. Maar nu staat de wereld echt in brand, is mijn hele bestaan in gevaar – ik heb dit jaar drie restaurants opgezet – en verlang ik plotseling weer heel erg naar vroeger, toen alles nog heel ‘gewoon’ was.Alles waar ik me voorheen druk om maakte, voelt nu als schattig kinderspel. Eenmaal thuisgekomen post ik een ludieke foto van mijn voedselvoorraad. Al gauw stromen de woedende reacties binnen: ‘mongool’, ‘domkop’ en ‘sterf aan corona’.

‘Vreemde tijden, hè?’ fluistert hij.

Nog voordat ik kan reageren, word ik door mijn beste vriend gebeld: ‘Geez, haal die foto eraf. Dit is achterlijk.’ Ik sputter tegen: ‘Maar, maar… Iedereen doet het.’ Dan realiseer ik me dat dit excuus me zowaar nog dommer maakt. ‘Denk even aan alle hulpverleners die ’s avonds boodschappen moeten doen,’ vervolgt hij zijn relaas. Ik voel mijn wangen roodkleuren en heb acute spijt van mijn egotrip. ‘Moet ik het terugbrengen?’ vraag ik hem schuldbewust. ‘Nee, maar als de pleuris straks uitbreekt, komen we met z’n allen bij jou pasta eten.’ Opgelucht antwoord ik: ‘Zolang jullie maar niet met z’n allen komen poepen bij me, vind ik het best.’ We moeten beiden kort lachen, maar vallen dan stil. ‘Vreemde tijden, hè?’ fluistert hij.
‘Ja. Vreemde tijden.’

Lees ook: ‘Met een tas vol paddenstoelen reizen we richting Big Sur’

Foto Rachel Schraven

Géza’s column komt uit VIVA-2020-13. Dit nummer ligt t/m 31 maart in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «