Wat gooi ik nu weer ‘per ongeluk’ in mijn mandje?

Het is gebeurd. In één week tijd is het weer omgeslagen van dertig-graden-zomer naar dertien-graden-herfst.

Bigtime snoepkont
Maar daar krijg je mij niet verdrietig mee! Ik hou van de herfst, het meest van allemaal. De magie van de blaadjes die verkleuren, het zonnetje door de nadruppelende bomen door. De geur van natte blaadjes en gras, eikeltjes en kastanjes, de geur van herfst. Knus op de bank met een kopje thee en uiteraard… iets lekkers erbij. Ze maken het steeds gekker en dat vind ik helemaal niet erg, want ik ben altijd op zoek naar iets nieuws. Nog steeds kun je mij gelukkig maken met ouderwetse bokkepootjes, maar variatie in eten vind ik net zo belangrijk, of eigenlijk belangrijker, als wat ik aantrek. Nu zijn koekjes en chocola niet eens ‘normaal eten’, moet je nagaan. Je bent een snoepkont of niet.

Geen. Zelfcontrole.
In een ver, ver verleden had ik ooit eens een sinterklaasentertainmentbedrijfje. Ja, serieus. Dagenlang sleepte ik een zak kruidnoten achter me aan alsof het een lieve lust was. De afspraken stonden rond 5 december zo dicht op elkaar gepland, dat we amper tijd hadden om een fatsoenlijke maaltijd te eten, dus deden we ons maar te goed aan het strooigoed dat we meedroegen. Tot ik kruidnootjes niet meer kon zien of ruiken. Jarenlang heb ik het vermeden, de gespeculaseerde (een nieuw woord!) versie van de pepernoot. Tot de tijd van de chocoladekruidnoten, gevolgd door truffelkruidnoten en nu zelfs yoghurtkruidnoten met witte chocolade. Wat doen ze me aan? Hoe kan ik dat in hemelsnaam laten staan? Ik sta niet bekend om mijn zelfcontrole op dat gebied. Ik gooide gisteren ‘per ongeluk’ nog een marsepeinen biggetje in mijn mandje.

Zwaar verdiend!
Maar vergis je niet, rond deze tijd zit ik niet alleen op mijn gat, te snoepen. Al dat lekkers smaakt namelijk veel beter als ik eerst KEI-hard gesport heb. In de karateles, of liever in de buitenlucht. Het is nu eigenlijk nog net iets te warm. Het is officieel ook gewoon nog zomer. Maar als het dadelijk wat kouder is -verklaar me voor gek, ik kan niet wachten- en ik mijn eigen adem kan zien, al rennend door het park. Kilometers aan één stuk, met een fijn muziekje, tot het steeds beter voelt. Dat het wel koud is buiten, maar mijn lichaam volledig opgewarmd is. Gevolgd door wat rekken en strekken, zo hoog mogelijk op mijn tenen, daarna zo laag dat ik met mijn neus bijna het dauw van het gras aanraak. En dat mijn wangen helemaal opgloeien als ik thuis de warmte instap. Je kunt zeggen wat je wilt, maar in mijn wereld zijn de yoghurtkruidnoten dan volledig geoorloofd.

© Beeld: Chantal Straver