Grootste kluns ever

Het is echt waar. Hoe ik het ook wend of keer, na zevenentwintig jaar ben ik nog steeds een extreem grote kluns. Soms goed verstopt, maar diep van binnen net zo onhandig als de stuntelige, blozende tiener die ik was.

Overhitte blosjes en wartaal
Niet alleen ben ik emotional slutty (als ik iemand lief vind zeg ik dat véél te snel en soms ook nog eens heel onhandig), ik ben ook nog eens een chaoot en kan mezelf zwaar voor schut zetten als ik voor een grote groep sta. Enerzijds ben ik daar na zevenentwintig jaar best aan gewend, dus het schaamrood beperkt zich nog enkel tot een licht, overhit blosje. Maar de stroom aan gedachten in mijn hoofd blijft als een razende storm die zo nu en dan de ‘elektriciteit uitschakelt’. Waardoor ik op dat moment iets vergeet of wartaal uitsla.

Verstrooid is my middle name
Vanmiddag ging ik helemaal op in een gesprek. Zoveel, dat ik bij het vertrek van mijn tafelgenote compleet vergat dat mijn sporttas nog in haar auto lag. Daar dacht ik pas aan toen ik relaxt van mijn theetje nipte, een kwartier later. Kon ik mijn training vergeten (waar ik zo naar uitgekeken had), maar met het geluk dat mijn OV-chipkaart in mijn broekzak zat kon ik nog wel naar huis. Stond ik voor mijn huis, zonder sleutel in mijn hand. Van onhandigheid zou ik van een brug naar beneden storten als ik daarop had gestaan. Dubbel zo blij dus dat ik een heel lieve schoonvader heb die meteen met sleutel naar me toe scheurde.

“Wat is masturberen?”
In de tussentijd zat ik op de stoep, mijn verschrikkelijkste (verdrongen) klunsacties te overdenken. En dat beperkt zich niet tot één, kan ik je wel zeggen. Een ander gevalletje met een sleutel: toen ik ‘em niet op tijd in het slot kreeg en ik mijn plas liet lopen voor de voordeur. Ik was elf jaar en mortified. Rond diezelfde periode las ik de Break Out! in een volle huiskamer met visite. Een artikel over George Michael en zijn sexcapades. Ik vroeg aan mijn vader: “papa, wat betekent masturberen?”, uiteraard tot grote hilariteit van de visite. Maar ook later bleef ik fijn falen. Ik viel eens met een wasmand (hoog) van de trap, alsof ik een tekenfilmfiguur was. Ik schoot á la Mister Bean een beetje erg uit met vissenvoer in een aquarium met vissen die niet eens van mij zijn (iedereen heeft het overleefd, al keken de vissen niet blij.)

Mijn engeltjes
Om van mijn klunsacties in de keuken en in het verkeer nog maar niet te spreken. Geef mij geen schaar en lijm om te knutselen. Daar krijg je spijt van. Ik heb allang geen beugel meer, maar echt wel dat ik in nog net zulke gênante situaties terecht kom als op mijn veertiende. Wonderbaarlijk genoeg leef ik nog. Net. Op volledige dieptepunten word ik weleens gek van mezelf. Dan stelt mijn vriend me gerust, hij vindt me ‘echt’ en ‘uniek’. Dat werkt. Als mijn vriendje me kan tolereren, moet ik dat zelf ook kunnen. Mijn genante ervaringen hebben me in ieder geval nooit tegengehouden iets nieuws te proberen (met alle gevolgen van dien). Gewoon nooit te stoppen. Met een engeltje op mijn schouders, die me niet behoedt voor iets gênants, wel voor de dodelijke aflopen. De rest doe ik echt helemaal op mijn unieke zelf.

© Beeld: Chantal Straver