Het grote geheim

Tot zes december vorig jaar geloofde onze zoon heilig in Sinterklaas. Klasgenootjes die bij ons kwamen spelen hoorden we fluisteren: ‘Ken jij het geheim van Sinterklaas?’ Het was voor veel klasgenootjes van Wessel het eerste jaar dat ze de Sint ontgroeid waren en voor hen was dat natuurlijk het gesprek van de dag. Maar Wessel zette nog braaf zijn schoen in de veronderstelling dat Zwarte Piet er ’s nachts iets in kwam doen.

Zenuwachtig
Op zes december was ik ’s avonds zenuwachtiger dan een kind op pakjesavond. We zouden het onze zoon gaan vertellen. Hoe zou hij het oppakken? Je hoort van kinderen die boos worden. Of heel verdrietig. Het is natuurlijk ook moeilijk te bevatten dat iedereen die ouder is dan negen samenzweert tegen de jongste kinderen om ze te doen geloven dat er paard is dat op daken kan lopen en dat mannen door schoorstenen naar binnen kunnen kruipen. Dan heb je ook de categorie kinderen die opbiechten dat ze het allemaal al lang wisten. Dat zijn kinderen die je wat jaar later waarschijnlijk hetzelfde hoort zeggen als je ze seksuele voorlichting wilt geven.

Opblijven
We lieten Wessel opblijven. Daar was hij heel blij mee. Wist hij veel dat we dat deden om te voorkomen dat zijn kleinere zusje iets zou horen van wat we hem gingen zeggen. Ik nam het woord en ik besloot eerst wat kritische vragen te stellen: ‘Zeg Wessel, vind je het nou niet gek dat Sinterklaas veel ouder is dan alle andere mensen?’ Nee, dat vond hij niet gek. Sinterklaas was immers heilig. ‘En is het niet raar dat Pieten in ons huis kunnen komen, terwijl we proberen boeven buiten te houden?’ Natuurlijk vond hij dat niet raar. Pieten hadden toch sleutels van alle huizen?

Subtiliteit
Het ging me steeds meer tegenstaan om ons kind de waarheid te vertellen. Hij geloofde zo mooi in het verhaal. Nu moest ik dat gaan verpesten voor hem. Waarom eigenlijk? Omdat de kinderen uit zijn klas het wisten? Eigenlijk was dat ook wel een goede reden. Ik besloot het maar minder subtiel te brengen: ‘Jongen, die Sinterklaas hè…’ Verdorie, het was nog moeilijker dan ik vooraf had gedacht. Jarenlang speel je een spel, dan valt het niet mee om dat op te biechten. ‘Nou, die bestaat niet,’ zei ik heel rustig. ‘Die lange baard is niet echt. De pieten worden zwart geschminkt. Het is allemaal nep.’

Reactie
Ik bekeek zijn gezicht, maar zag daar in eerste instantie geen reactie. Hij vroeg ook niet of hij dan het jaar erna nog wel cadeautjes zou krijgen. Blijkbaar is dat ook een vaak voorkomende reactie. Nee. Het moest even op hem inwerken. ‘Hoe vind je dat?’ vroeg ik. Hij vond het heel vreemd. ‘Vind je het dan niet veel vreemder dat een paard op een dak kan lopen? En dat Sinterklaas geld genoeg heeft om alle kinderen een duur cadeau te geven?’ Hij schudde heel zachtjes zijn hoofd. Zijn kinnetje zakte omlaag en in de hoek van zijn oog zag ik iets glinsteren.

Leuk
Nu moest ik snel omschakelen: ‘Maar het is eigenlijk wel leuk om te weten hoor. Vanaf nu hoef je niet meer bang te zijn dat je niets krijgt wanneer je stout bent geweest, want je krijgt toch wel cadeaus.’ Hij keek me verbaasd aan en vroeg of dat echt zo was. Ik knikte. ‘En je kunt samen met ons je zus voor de gek houden.’ Dat vond hij erg leuk om te horen. Maar niet lang daarna keek hij weer sip. Toen heb ik de computer erbij gepakt en op Youtube een filmpje opgezocht met Sinterklaasbloopers. Sinterklaas die van het paard af valt en zijn pruik verliest. De tranen waren zo weg.

Gisteren vroeg ik Wessel of hij ons gesprekje van vorig jaar nog kon herinneren. ‘Weet je nog: over het grote geheim van Sinterklaas?’ Ik wilde er toch even zeker van zijn dat hij niet terug in zijn geloof was gevallen. Maar hij herinnerde het zich nog prima: ‘Papa, mag ik dat filmpje met die Sinterklaasbloopers nog eens zien?’

CC foto: BlackpitShooting