Gympen & Hoge hakken

gympen en hoge hakken

In de rij voor een vrijdagmiddagborrel in Rotterdam. Ik een ‘maxi skirt’ en te hoge hakken. Zij een leren ‘hotpants’ en felgroene gympen. Haar gespierde benen stelen de show en ik steek de zoveelste sigaret op. Wachten is een hel en de kou bederft mijn ‘party mood’. En mijn haar.

Zij vertelt over die ene ‘survival run’ en ik ben overdreven enthousiast. Vroeger hield ik haar nog bij; vijf keer in de week waren we in sportschool te vinden. Maar nu studeer ik en woon ik samen, enzo. En de sportschool om de hoek lijkt ook ineens heel ver weg.

Twee verschillende levens, twee verschillende types en toch is zijn mijn beste vriendin. Die ene allerbeste. Die ene die er altijd is, ook als ze er niet is. Ze oordeelt niet en accepteert al mijn terkortkomingen. En dat zijn er nogal wat.

Nog een peuk.

Zij flirt met een oudere man – zeg, rond de veertig ofzo – vlak voor ons, en vraagt mij wéér hoe haar lippen zitten. “Nog steeds onder je neus, doos.” Ze doelt op haar rode lippenstift en dat weet ik heus wel, na de honderdste keer.

Na 45 minuten staan we dan eindelijk vooraan in de rij. Zij lacht charmant en wil naar binnen lopen. Een lange man in pak houdt haar tegen. Hij schudt zijn hoofd terwijl hij naar haar schoenen kijkt. Op arrogante toon: “Jij hebt toch zeker wel iets anders bij je?” “Iets anders? Iets anders? Meneer, dit zijn hartstikke hippe stappers.”

Ze kijkt me beteuterd aan. “Heb jij nog iets in je auto?” “Nee, mop. Toevallig van de week die afvalemmer op wielen opgeruimd.” Samen lopen we terug naar de auto, langs die enorme rij mensen die staan te wachten tot ze naar binnen mogen. Hippe tent, zo blijkt.

Ik steek nog een peuk op en leun wat tegen mijn wagentje. Ze kijkt wat geïrriteerd. Misschien door die sigaret, die zij zo verafschuwt. Of omdat we na 45 minuten wachten, weer bij mijn ‘bakkie’ staan. Het interesseert me weinig; ik denk. En denken, daar heb ik tijd en rust voor nodig. Denken gaat bij mij niet altijd automatisch. Nooit, eigenlijk.

“Hé mop, ik heb een lange rok aan”, roep ik en ik trek ‘m tot aan mijn kruis omhoog. “Hier, trek aan en geef mij die sneakers.”

Mijn rok zakt van mijn taille naar mijn heupen, zodat de groene stappers onder de rok vallen. Het is geen gezicht, maar het is zeker het proberen waard. “Met een beetje geluk kijkt hij alleen naar jou.”

Zij trippelt, op die veel te hoge hakken van mij, de lange rij weer voorbij. Ik sjok er achteraan. Ze tikt de man charmant op zijn schouder en zegt nonchalant: “Lagen toevallig nog in mijn auto. Goedgekeurd?” “Loop maar door, dame”, zegt hij iets vriendelijker. Ik probeer onopvallend achter haar aan te lopen, maar mijn rare loopje valt op.

“Jij hebt toch niet stiekem de gympen van je vriendin aangetrokken, hè?” “Ik zou niet durven, meneer. Een lange rok met gympen, kom op, dat kan echt niet.”

“Trek je rok maar even omhoog dan.” “Pardon?! Ik ken u net, dit gaat wel erg snel.”

Binnen ruilen we van schoenen, waar ik na twintig minuten al spijt van heb.