In Nederland zeikt het

zeiken

Het is moeilijk om positief te blijven wanneer iedereen om je heen loopt te zeiken. Het zal de winter wel zijn. Ik bevond mij al wekenlang in een soort dal. Een bodemloze put van onbevredigd verlangen. Een neerwaartse spiraal van negatieve energie. Ik probeerde het af te schudden, maar de energie was hardnekkig. Vastberaden zich aan te sluiten bij mijn schaduw.

Citroen zonder pit
Iedereen zeurt, zeikt, kankert. Over het weer, over die buschauffeur die doorrijdt, over de stront waar je op de stoep in hebt getrapt. En ik vond het normaal. Ik deed lekker mee. Als de afwas weer eens niet was gedaan, mijn laptoptas aan de deurklink bleef haken of als mijn haar eruitzag alsof ik het met een rotje had gekamd. Totdat ik aan de relatie met mijn vriend begon te merken dat ik met een bek rondliep alsof mijn laatste uren geteld waren. Ik begon me af te vragen waarom ik me de laatste tijd zo down en achtergelaten voelde. Dit moest veranderen, anders was ik gedoemd te veranderen in een citroen. Zonder pit.

Het noodlot
Nederland heeft er een handje van. Om te klagen over kleine dingetjes. Je ziet ze voor het minste of geringste baklappen en fronzen. Als zure haring. Een ongezellig tietje. Ik begon in de gaten te krijgen dat mijn omgeving een grote rol speelde in de ontwikkeling van mijn humeur. Ik was er klaar mee. Ik wilde in quarantaine. Weg van het gezeur. Mezelf herpakken. Zo kwam een tripje met school naar Schoorl als geroepen. Ik had besloten de deuren naar de hemel open te gooien. Ik had behoefte aan iets nieuws. En dat vond ik.

Ik heb gezopen, zo hard gelachen dat mijn buik de volgende ochtend vier blokjes telde en op de trampoline gesprongen als een ontspoorde tiener. Nieuwe mensen ontmoet. Frisse lucht in mijn leven geblazen. Natuurlijke levenslucht. Geen kunstmatige, stinkende aircolucht die vervaagt wanneer je hem uitzet. Lucht die blijft hangen. Ik kon weer lachen. Op mijn rug bekeek ik vanaf de trampoline de hemel waarin steeds meer lichtpuntjes verschenen. Hoe heb ik het ooit zover kunnen laten komen?

© beeld: thinkstock