Held van de Coffee Company

Met mijn rug in een kussen, koffie naast me en laptop op schoot, voel ik ineens een vreemd soort spanning. Ik kijk op en zie een woeste man, bij de kassa van de Coffee Company. Alle klanten staren bevroren naar een excentriek optreden, in het anders zo behaaglijk en vredige koffietentje. Langzaam glijden mijn earplugs uit mijn oren en hoor ik waar de man zo opgewonden over doet.

Buiten proportie
Hij is groot, donker en breed. In tegenstelling tot de jongeman achter de kassa, die ik – overigens altijd al – bijzonder sympathiek en kalm vind. Beleefd ook, prettig in de omgang. De grote man maakt drukke gebaren met zijn handen en schreeuwt inmiddels. Hard. Er is iets misgegaan bij het teruggeven van geld. Wellicht is er een euro op de grond gevallen. Iets in die trant. Wat het ook is, de woedeaanval van deze man is ver buiten proportie. Hij staat dichtbij de jongeman, met een dreigende vinger. Iedereen houdt zijn adem in.

Gouden ring
Voor m’n gevoel kan elke reactie de situatie nu laten escaleren. Op het ene moment zitten we in alle rust krantjes te lezen, op het andere moment zijn we zo mogelijk getuige van geweldpleging. Het is menens. Ik sta op scherp. Allerlei gedachten schieten door mijn hoofd. Wat ga ik doen? De jongeman helpen, de klanten aansporen de grote man naar de grond te werken, de politie bellen? Ik neig naar fysiek helpen. Ik bekijk de grote man, hoe hij schreeuwt dat hij zo niet ‘behandeld’ wil worden. Dat de jongeman ‘geen idee heeft met wie hij te maken heeft’. Ik bestudeer zijn gezicht, zie de gouden ring die hij draagt en bedenk me dat die best wel eens pijn zou kunnen doen, als hij mij met zijn vuist raakt.

Damn.

In z’n eentje
Het valt me nu pas op dat de jongeman oogcontact met de man houdt. Maar zijn ogen staan niet strak, niet boos. Zijn ogen zijn zacht. Heel kalm pakt hij geld uit de fooienpot en overhandigt het aan de grote man. Met zijn andere hand probeert hij de grote man tot rust te brengen. “Alsjeblieft,” hoor ik hem zeggen. De grote man vindt het nog steeds onacceptabel en ergens vermoed ik dat deze reactie hem steekt. Hij staat daar in zijn eentje in zijn emotie. Hij schreeuwt weer, boze woorden. De jongeman blijft hem aankijken, “doe even rustig.” De grote man loopt naar de deur toe, draait zich om. “Jullie moeten leren hoe jullie met mensen moeten omgaan.” Roept nog enkele beledigingen als toegift en verdwijnt.

Orde van de dag
Een zucht van verlichting. De jongeman gaat verder met z’n werk, met een lichte frons op zijn gezicht. De klanten duiken weer in hun laptop of krant. Ik loop naar hem toe, buig over de counter, waarachter hij onverstoorbaar overgaat tot de orde van de dag. “Hé,” zeg ik. “Ik vind dat je dat goed gedaan hebt.” Het komt van diep. “Dank je wel,” zegt hij met een knikje. Niemand weet het verhaal van de agressieve grote man. Niemand weet het verhaal van de rustige jongeman. Wat ik wel weet is dat deze laatste vandaag een held was.

Een held op mijn favoriete ‘werkplek’, de Coffee Company aan de Meent.

© Beeld: Chantal Straver