Ik hoop dat jij op je bek gaat…

Het klinkt natuurlijk heel onaardig, maar het is een oprechte wens. Ik weet niet wie jij bent, maar ik hoop dat je op je bek gaat. Ik hoop ook dat mijn vrouw op haar bek gaat en ik hoop dat mijn kinderen op hun bek gaan. We zijn er namelijk nogal bang voor met z’n allen, vallen, struikelen, afgaan, te hoog inzetten, falen, mislukken. Begrijpelijk, maar ook onwijs jammer, want eigenlijk geeft het leven je het beste advies als je nog heel klein bent: door op je bek te gaan leer je eerst kruipen, daarna staan, lopen, rennen…om vervolgens jaren later ergens op een kantoor te gaan zitten wachten tot het leven ons iets moois toewerpt.

Kampioen afgaan…
Ik ben kampioen op mijn bek gaan, ik ben zowel privé als publiekelijk meermaals afgegaan als een gieter en daar ben ik behoorlijk dankbaar voor. Vroeger was het mijn grootste angst, een domme opmerking maken en dan door iedereen worden uitgelachen. Geen onrealistische angst, ik hou van grapjes, vooral grapjes die soms volledig de plank misslaan. En ik ben soms supernaïef. Ik weet nog dat ik bij een platenmaatschappij zat en dat de interessant ogende man in pak me vertelde dat ze net een verbouwing achter de rug hadden. ‘En volgend jaar gaan we verder onder de grond’. ‘Ohja?’ knikte ik belangstellend. ‘Nee’ zei de man, terwijl hij zich verkneukelde om mijn simpelheid. In dat soort grapjes tuin ik regelmatig met open ogen. Dat kun je naïviteit noemen, maar ik heb er voor gekozen in eerste instantie altijd te geloven wat mensen zeggen. Liever afgaan dan cynisch worden.

Dat leidt natuurlijk tot hele gênante momenten. Maar juist die momenten zijn heel belangrijk om je eigen kracht te vinden. Ooit schreef ik een blog over De Zetel van de Ziel, van Gary Zukav, het boek dat me leerde dat je dingen kunt laten verdwijnen door ze te benoemen (vraag aan iemand die tegen je schreeuwt waarom hij schreeuwt, en het is direct voorbij). Dat benoemen werkt ook fantastisch wanneer je op je bek gaat. Zo zat ik drie weken geleden bij mijn uitgever, waar ik wederom een nogal sukkelige opmerking maakte. Het bleef niet onopgemerkt en er ontstond een wat lacherig sfeertje en ik voelde het bloed opkomen. En dan is het te laat, ik werd rood, en geloof me, rood is in mijn geval tomaat. Vroeger was dat zo’n moment dat ik door de grond kon zakken, tegenwoordig mompel ik alleen iets in de richting van: ‘Nou, weet je ook meteen hoe die kleur bij me staat’ en het moment is weg. Onmiddellijk.

Maar wanneer ik het hardst op m’n bek ga? Wanneer ik een nieuw plan of een nieuw project heb. Het gezegde Shoot for the moon, Aim for the stars vind ik fantastisch. Dat boek dat ik heb geschreven? Dat wordt een bestseller, een gouden film, en wint een Oscar. De volgende single die ik schrijf? Die komt met stip op 1 (al is dat tegenwoordig vrij makkelijk zag ik in RamBam). Ik word altijd erg uitgelachen om dat soort ambities en ik begrijp volledig waarom. Immers, ik heb pas één gouden plaat aan de muur hangen, en de kans dat je een bestseller schrijft is niet heel groot. De doelen die ik mezelf stel zijn altijd onrealistisch. Onrealistisch, maar niet onmogelijk, en daar schuilt voor mij een heel belangrijk verschil.

Doe het!
Ik vind het zo jammer dat mensen hun dromen en ambities laten schieten omdat ze door de omgeving niet realistisch worden geacht, omdat ‘dat in Nederland gewoon niet kan’, of omdat ‘de kans heel erg klein is dat het lukt’. Als je op je kont blijft zitten gebeurt er natuurlijk helemaal nooit iets. En daarom hoop ik dat je op je bek gaat. Als je speelt met de gedachte om die eigen zaak te beginnen, om dat liedje of boek te schrijven, om gitaar te leren spelen, om op je 31e te besluiten dat je mee wilt doen aan de volgende Olympische Winterspelen, ja, ja JA, doe het! Het ergste dat er namelijk kan gebeuren, is dat het niet lukt, en die uitkomst heb je nu ook al.

The only way is up. Als iedereen op z’n bek gaat hoeft niemand zich meer te schamen.