Hostel

Ik zet mijn koffer tegen de afgebladderde deurpost en steek de sleutel in het slot. Piepend gaat de zware houten deur open, een baan flikkerend tl-licht valt onze kamer binnen. Ik steek mijn hoofd onderzoekend om de hoek van de deur. “Meiden, er ligt een blote man…”

‘Ach, dat vierde bed blijft toch leeg’, dachten we toen we met zijn drieën een vierpersoonskamer in een Duits hostel boekten. Want wie gaat er nu in zijn eentje op vakantie naar Berlijn? Enge Oost-Duitse mannen dus. Die de hele dag liggen te slapen. Naakt.

We sluipen de kamer binnen met onze rolkoffertjes in de hand. Mijn vriendinnen sprinten op hun tenen naar de dichtstbijzijnde bedden en bakenen meteen hun territorium af. Het enig overgebleven bed staat vlak naast de hoop dekens waar een pluk haar en een bilwang onderuit steekt. Met duim en wijsvinger pak ik een witte mannenslip van het gedeelde nachtkastje dat onze bedden scheidt, en drapeer het over zijn bedpoot. Fluisterend en druk gebarend maken we onze bedden op. Dan maken we dat we wegkomen. 

Nacht één
Met zere voeten keren we rond middernacht terug naar het hostel. Plastic tasjes met aankopen ploffen op de grond en schoenen worden uitgetrapt. Dan knipt iemand het licht aan. Daar zit hij, rechtop in bed in zijn ogen te wrijven. Zonder iets te zeggen bukt hij over de rand van zijn bed en pakt een klein groezelig handdoekje van de grond. Hij klemt het voor zijn edele delen, pakt een bril van het nachtkastje en staat op in al zijn bleke, slungelige glorie. 

Roerloos staan we tegenover hem, met zijn vettige middenscheiding en te kleine brilletje, tot hij de stilte doorbreekt. “Zo, where are you from?” spreekt hij ons met Herr Flick accent toe. We wisselen ongemakkelijk wat beleefdheden uit, vervolgens verdwijnt hij met wapperend handdoekje de gang op.

Nacht twee
Na flink wat biertjes schuifelen we voetje voor voetje de kamer in. Zonder het licht aan te doen grissen we pyjama’s en toilettassen uit onze koffers en lopen door de lange gang met de knipperende tl-balken naar de gezamenlijke badkamer. Ik was mijn gezicht bij de wastafel en vanuit mijn ooghoek zie ik iets hangen bij de douches. Aan een haakje hangt een bloemetjesjurk, beha en string. Dit hing er vanochtend ook al. Ik krijg kippenvel over mijn hele lijf. 

‘s Nachts droom ik over Herr Flick, die in mijn koffer gluurt en mijn onderbroeken besnuffelt. Die midden in de nacht een centimeter boven mijn gezicht hangt om mijn adem op te zuigen. Die medische experimenten uitvoert op slapende vrouwen. Die meisjes onder de douche wurgt met zijn handdoekje. Als ik in de vroege ochtend zwetend wakkerschrik is het bed naast mij leeg. Herr Flick has left ze buildinge

Nacht drie
Eindelijk de kamer voor ons alleen! Na een grondige check of we geen haarlokken, organen of slipjes missen en het afleggen van de eed dat we nóóit meer naar een hostel gaan, verlaten we een paar uur later opgelucht de kamer voor nog wat toeristische activiteiten. Moe maar voldaan keren we na een stevig Bratwurstmenu terug naar het hostel voor onze laatste nacht.  Een nieuwe verrassing wacht ons daar op. 

Op het bed naast het mijne ligt een grote backpack en een motorhelm. Van de eigenaar geen spoor. Enigszins nerveus voor wat komen gaat laat ik me zakken op het stugge matras. Na een paar uur woelen val ik in slaap.

Ik word wakker van een harde klik, gevolgd door gekraak. Door mijn wimperharen zie ik iemand de kamer binnen schuifelen. Het wordt al licht buiten, die heeft het laat gemaakt. Ik doe of ik slaap maar volg de schim nauwlettend. De bedbodem naast me kraakt. Ik zie een brede rug zich tussen de witte lakens nestelen. Dan val ik weer in slaap.

Indrukwekkende bezienswaardigheid
Voor de tweede keer ontwaak ik, maar nu van de wekker op de telefoon van mijn vriendin. Nieuwsgierig draaien twee hoofden om te zien wat er zich naast mij bevindt. Het enige wat we kunnen zien is een afgewend hoofd met een brede gebronsde arm eromheen gevouwen als een lijstje. Op onze tenen sluipen we om het bed om een glimp van hem op te kunnen vangen. Als we bij zijn voeteneind staan draait hij kreunend zijn hoofd naar ons toe en trekt een stukje deken naar beneden. Als aan de grond genageld aanschouwen we gedrieën al het moois wat er zojuist tevoorschijn is gekomen. Wat ein heiß Stück Fleisch. Dit uitzicht is indrukwekkender dan de Brandenburger Tor, Reichstag, Zoologischer Gärten en Berlijnse muur bij elkaar!

Met tegenzin beginnen we onze koffers in te pakken en bedden af te halen. Ik wil dat hij zijn ogen open doet, de dekens terugslaat en een veelbetekenend klopje op zijn matras geeft, zodat ik mijn laatste halfuur voordat we moeten uitchecken nog even goed kan benutten. Word eens wakker! Een koffer klettert per ongeluk op de vloer. Oeps, ik stoot tegen zijn bed. O jee, een schoen valt op zijn voeteneind, wat slordig van me…

“Goodmornin’ ladies”
Eindelijk hebben we succes. Kreunend richt hij zich op. Het witte laken valt in zijn schoot, een zongekuste torso onthullend. Zijn borst, schouder en flanken worden gesierd door een labyrint van tatoeages. “Goodmornin’ ladies” gromt hij.

Wankelend grijp ik me vast aan de kledingkast. Achter mij hoor ik mijn vriendinnen naar adem happen. We kijken naar elkaar, en dan weer naar hem, en weer naar elkaar. “Sorry for waking you” piep ik, terwijl ik nonchalant tegen de kast probeer te leunen. “No problem”. Met een schuin lachje woelt hij door zijn woeste haren. Mijn hersens blokkeren, zoveel Herrlichkeit in één ruimte kan ik niet bevatten. Ik moet hier weg. Ik sleep mijn medereizigsters naar de deuropening, met zijn smeulende ogen in mijn rug.

Op de gang storten we in. Gaan we terug naar binnen? Boeken we een week extra? We besluiten gewoon heel hard naar de auto te rennen. Eén ding staat als een paal boven water: die Duitse hostels zijn zo gek nog niet!

Foto: Gettyimages.nl