Het depressieve huishouden

depressief huishouden

Soms verschijnen er nieuwsberichten waarvan je denkt: goh, was dat nog niet duidelijk dan? Gisteren, in de Volkskrant een artikel over wat mannen er eigenlijk van vinden als hun vrouw meer verdient dan zij. Nou, dat vinden ze niet leuk. Sterker nog, daar worden ze depressief van. Goh. Dat is onverwacht. Ik vroeg het mijn man, die in alle toonaarden ontkende. Hij zou het heerlijk vinden als ik meer zou verdienen. Tuurlijk, schatje. En jij stond ook helemaal niet vooraan, toen God bedacht dat hij nog haantjes moest maken.

In augustus 2012 raakte ik, hoogzwanger van de tweede, mijn baan kwijt. Nu gaf ik maar twee dagen les, dus in zo’n groot diep zwart gat viel ik niet, zeker niet toen nummer twee zich aandiende. Mijn man werkte nog gewoon zestig uur per week. Waar mijn taken eerst verdeeld moesten worden tussen het huishouden en mijn werk, werd nu het huishouden mijn werk en echt vervelen deed ik me niet. Je bent immers nooit klaar in je eigen huis, toch?

Wat een verschil toen mijn man even ‘in between jobs’ thuis kwam te zitten. Hij had van tevoren gedacht: zo, en nu ga ik even vakantie vieren. Ik was verbijsterd. Vakantie vieren? Hoe kwam hij daar nu bij? En ziehier het verschil tussen man en vrouw. Hij vond, na al die jaren keihard werken, dat hij wel wat maandjes ontspanning verdiend had. En terecht eigenlijk. Ik echter, de minst verdienende, voelde me meteen schuldig als ik even op mijn luie gat zat, nadat ik mijn baan was kwijtgeraakt.

Sterker nog, er zijn momenten geweest (en die zijn er nu nóg), waarin ik me toch wel minderwaardig of depressief voelde over het inkomensverschil tussen mijn man en mijzelf. Ik, de docente geschiedenis, hij de belangrijke bankman. Ik de parttime vrouw, hij de fulltime man. Hij de kostwinnaar, ik die er een baantje bij deed om ‘iets voor mezelf te hebben’. Hij de grote gezinswagen, ik het boodschappenwagentje.

Het frustreerde me tot en met. Met twee HBO-diploma’s op zak, vond ik dat ik maar een waardeloos stuk vreten was. Ook al liep het meer op rolletjes toen ik thuiszat en was er minder stress in huis. Maar ook met twee dagen werken voelde ik me minderwaardig. Als ik daarover mijn ongenoegen uitte, kreeg ik vaak te horen: ‘Ja, maar jij kiest voor kinderen.’ Of als ik eens klaagde, snauwden vriendinnen: ‘Ik zou willen dat ik de luxe had om thuis te blijven.’ Ik moest leren mijn kop te houden en tevreden te zijn, ook als ik bij de aanschaf van nieuwe laarzen hoorde dat het toch zo fijn was dat mijn man zo’n goede baan had. Dan wilde ik schreeuwen en gillen: DEZE HEB IK ZELF BETAALD, maar dat was dan weer niet dankbaar genoeg.

Wat mij betreft wordt er dus eens een onderzoek gedaan naar de depressieve klachten van vrouwen, die parttime zijn gaan werken en dus minder zijn gaan verdienen na de komst van de kinderen. Volgens mij is die uitkomst veel onverwachter. Tot die cijfers er zijn, troost ik mezelf met de gedachte dat mijn man in ieder geval niet depressief wordt van mijn inkomen. Ik daarentegen soms wel.

CC foto: sandervanderwel