I love treinreizen

geen

De laatste tijd vervoer ik mijn lieftallige derrière vrijwel uitsluitend met de auto. Dat is jammer, want eigenlijk ben ik dol op treinreizen.

Hersenloze zombie
Terwijl ik deze blog schrijf, zit ik in de trein. Ik schrijf in mijn aantekeningenblok, kijk uit het raam, lees een boekje, doe mijn ogen even dicht en af en toe check ik of er nog iets gebeurt op mijn telefoon. Dit in tegenstelling tot wanneer ik in de auto zit; dan kan ik alleen maar als een hersenloze zombie uit de voorruit staren. Klooien met je mobieltje achter het stuur is niet alleen gevaarlijk, maar ook nog hartstikke verboden. Het enige wat ik tijdens mijn eindeloze autotochten kan doen, is mijn hand nog een keer in de zak dropjes begraven en de muziek een tandje harder zetten.

Menselijk contact
Elke dag rijd ik hetzelfde stuk: anderhalf uur weilanden en polder heen, anderhalf uur polder en weilanden terug. Mijn enige gezelschap bestaat uit de radio-dj die op dat moment betaald wordt om plaatjes aan elkaar te kletsen en zo nu en dan mijn navigatiesysteem, dat me vertelt wanneer ik rechtsaf moet slaan. In de trein zit in de ene keer naast een fashionable meisje op pumps, de andere keer naast een bierdrinkende stinkerd en er zijn ook keren dat ik helemaal geen zitplaats heb. Niet altijd even gemakkelijk, maar in ieder geval heb je genoeg menselijk contact. Dat kun je van mijn eenzame trektochten in de auto niet zeggen.

Genieten
Het is alweer eeuwen geleden dat ik voor het laatst met het openbaar vervoer heb gereisd. Volgens de ‘vroeger was alles beter’-traditie herinner ik me dus alleen nog de fijne dingen van de trein en de bus. Ik hef mijn gezicht op naar de zon die door het raam schijnt en geniet van de eindeloze ruimte van twee stoelen die ik tot mijn beschikking heb.

Een moment van verbondenheid
Dat het ook anders kan, herinner ik me op de terugweg. Als een sardientje sta ik tegen mijn medepassagiers aangeprakt. Een dik, klein propje kijkt me twee volle minuten lang aan, terwijl ik met mijn neus in een boek zit sta. Als ik eindelijk zo zenuwachtig word van haar priemende blik in mijn ooghoek dat ik vriendelijk vraag of ik haar kan helpen, snauwt ze: ‘Já, ik wil er graag lángs.’ Ik stap verbouwereerd opzij en trek een raar gezicht naar haar rug. Dan kruist mijn blik die van een vrouw achterin de coupé, die het allemaal gezien heeft. Ze glimlacht naar me en ik grijns besmuikt terug.

Deurtje open, deurtje dicht
Goed, treinreizen heeft dus ook heel veel nadelen. Vertraging, wachten op koude perrons, irritante medepassagiers, chagrijnige conducteurs en vieze treintoiletten… Het is natuurlijk veel makkelijker om voor mijn deur in de auto te stappen en voor de deur van mijn bestemming het portier weer dicht te slaan. Toch reis ik heel graag met het openbaar vervoer. Verandering van spijs doet eten, verandering van reis doet genieten.

Reis jij graag met het openbaar vervoer of pak je liever de auto of de fiets?

Bron foto: Rob Hogeslag