Ik ben een afscheidssukkel

Dat ik lichtelijk socially awkward ben, weten de meeste mensen in mijn omgeving inmiddels wel. Toch heb ik mijn sociale stuntel-skillz de laatste tijd uitgebreid met een nieuwe valkuil: afscheid nemen. Marco Borsato liegt dat-ie barst, want afscheid nemen bestaat wél en het is verdomde lastig.

Gedag-etiquette
Niet dat ik zo’n emotioneel type ben die het liefst iedereen voor altijd bij zich wil houden, hoor. Ik ben alleen niet bijzonder begaafd als het aankomt op het volgen van de gedag-etiquette. Bijvoorbeeld op verjaardagen: ik wil eigenlijk zeggen dat ik wegga, maar de gesprekken om me heen gaan gewoon door, ook als ik opsta en een beetje lacherig verontschuldigend om me heen kijk. Dat doe ik overigens vaak, lacherig verontschuldigend kijken. Zo van: ‘Hé, ik weet dat ik een beetje een aap ben, maar ik kan er ook niets aan doen, oké? Hihi.’

Nou, dag hoor
Dus wat doe je op zo’n moment? Ik verwerp meestal het idee om luidruchtig mijn keel te schrapen en ga maar gewoon voor de easy way out: een hand op de schouder van de jarige leggen en gedag zeggen. Helaas kiest die er vervolgens vaak voor om door de kamer te roepen: ‘O! Hé jongens, Lis gaat weg!’ waarna iedereen stilvalt en zijn laserblik op mij richt, terwijl ik in het middelpunt van de aandacht lacherig verontschuldigend afscheid sta te nemen van de jarige en daarna halfhartig naar de rest zwaai.

Hoi-hoi
Maar erger dan dit is een telefoongesprek afsluiten. Ik weet niet of ik daar door de jaren heen steeds slechter in geworden ben of dat ik gewoon steeds kritischer naar mijn eigen vaarwelvaardigheden ben gaan kijken. Hoe dan ook, zelfde uitkomst: schaamte. Ten eerste eindig ik steevast met ‘hoi-hoi!’ met een grinnikje in mijn stem, wat ik zelf echt bloedirritant vind, maar het zit zo diep in mijn hersenen gesleten dat ik waarschijnlijk shocktherapie nodig heb om het te veranderen in iets anders. Ten tweede is er altijd zo’n dood punt waarop je allebei even stilvalt en vervolgens tegelijk weer begint te praten. Daarna lach je wat door elkaar heen en dan valt het weer stil.

Groetjes aan iedereen, ja, zal ik doen, jij ook!
Als ik op dat punt zou doen wat ik het liefst wil, zou ik gewoon ophangen. We hebben allebei gezegd wat we willen zeggen: klaar! Maar nee, dan moet je nog zeggen dat je elkaar snel weer ziet (en het liefst ook met een tijdsbepaling erbij, ‘tot over twee weken!’ ofzo), dat de ander de groetjes moet doen aan de rest (partner, huisdieren, kinderen, ouders, noem het) en dan moet de ander dat ook terugzeggen (en dan moet jij zeggen: ‘Zal ik doen,’ alsof je het niet meteen weer vergeten bent zodra je de telefoon van je warme zweetoor hebt gehaald). Soms moet je de ander nog veel plezier/succes/sterkte toewensen tijdens Dat Ene Belangrijke Ding dat er binnenkort aankomt en waarvan je niet meer precies weet op welke datum het was, maar het was wel echt binnenkort, ergens volgende week, eigenlijk had je het op moeten schrijven, shit waarom denk je daar nu pas aan? En met sommige mensen (mijn moeder) moet je ook nog een okéwedstrijd houden, wat simpelweg inhoudt dat je zo lang mogelijk semi-opgewekt/semi-geruststellend ‘okééééé’ tegen de ander zegt en daarna een halve seconde lang door elkaar praat qua doeis en hoi-hois en dan ein-de-lijk ophangt. En dan vragen mensen zich af waarom ik liever mail.

Met vriendelijke groet,
Lisette Jonkman

Zie je hoe makkelijk? Daar kan geen telefonisch afscheid van vijf minuten tegenop. Nou, eh, doei hè! hoi-hoi!