Ik ben een Hollander van niks

De meeste asielzoekers zijn waarschijnlijk beter geïntegreerd dan ik. Van Maxima weet ik het zeker.

Als kind had ik al niks met typisch Hollandse gewoontes. Ik zag er niet alleen uit als een allochtoon met mijn zwarte haren, ik gedroeg me ook zo. Ik schaamde me dood als ik met carnaval verkleed over straat moest. Ik at liever paella dan hutspot. En ik vond Nederlandse muziek ook stom.

Hema de musical
Nog steeds trouwens: ik zou geen hit van Nick & Simon kunnen meezingen, en het volkslied trouwens ook niet. Ik heb geen idee wie ‘The Voice’ heeft gewonnen, en ik heb ook nog nooit naar ‘Ik hou van Holland’ gekeken. Ik voel niet de minste behoefte om ‘Hema, de musical’ te bezoeken. Als ik de Story opensla moet de kapper mij vertellen wie de BN-ers zijn.

Argeloos
Oranjekoorts? Geen last van. Ik heb van de Olympische Spelen alleen de hoogtepunten op het journaal gezien en het hele WK is zelfs volledig langs mij heen gegaan. Ik ging midden in een wedstrijd naar de sportschool en vroeg me dan argeloos af waarom het daar zo stil was. Dat was wel zielig voor mijn kinderen, want alle andere kindjes op de school werden op zo’n dag natuurlijk wél in vrolijk oranje tenue afgeleverd.

Volksdansen en spijkerpoepen
Mijn kinderen worden gelukkig niet gehinderd door mijn onbenul. Ze galmen alle coupletten van ‘Aan de Amsterdamse grachten’ zonder haperen mee en kunnen prima Oud Hollandsch volksdansen, spijkerpoepen en zakdoekje leggen. Mijn oudste legt mij geduldig uit hoe alle voetballers van het Nederlands elftal heten, mijn jongste vindt de koningin ‘vet gaaf.’ Als ik dan naar die blozende blonde jongetjes kijk, dan ben ik stiekem wel een beetje trots op mijn kleine nationalistjes. Ik ga beter mijn best doen een goede Hollandse moeder te zijn. Actiepunt voor morgen: poffertjes bakken en het Wilhelmus leren.

Foto: privébezit