Ik praat tegen mijn konijn alsof het een mens is

Vrouwen die op straat tegen de trillende chihuahua in hun tas kirren: ‘Gaan we nog iets lekkers halen voor ChiChi? Wie krijgt iets lekkers van mama? Jij hè! Omdat je zo mooi bent!’ Ik werd er schijtziek van. Waarom zou je in vredesnaam tegen je dier praten? Het verstaat je toch niet.

Hoi poes
Die opvatting is enigszins veranderd sinds ik zelf een huisdier heb. Bij mijn ouders thuis hadden we vroeger wel katten, maar die keken me altijd zo arrogant aan als ik een ‘hoi poes’ probeerde, dat ik wel link uitkeek voordat ik me nog eens de illusie maakte dat ik waardig genoeg was om tegen ze te spreken. Maar in december 2010 kreeg ik van mijn vriend het ultieme kerstcadeautje.

5x lief-klein-pluizig
Mijn liefde voor konijnen begon obsessieve vormen aan te nemen aan het begin van 2010. En omdat mijn vriend de tofste persoon ter wereld is, nam hij me mee naar een meneer die net zoveel van konijntjes houdt als ik en die een nestje dwerghangoortjes had. Vijf pluizige bolletjes keken me met grote ogen aan. Ik voelde me alsof ik in een Japanse tekenfilm was beland. Ik ging er helemaal gekke geluiden van maken. Kiezen was moeilijk, ik wilde ze allemaal meenemen. Maar toen hopste een brutaal, zwart exemplaar naar voren en stal de restjes van mijn gesmolten hart.

‘Hoe is het met mijn kleine poepeloerus?’
Twee jaar later is het kleine eigenwijze pluizenbolletje veranderd in een middelgrote eigenwijze pluizenbol met de naam Whopper. Hij is nog altijd reuzebrutaal en heeft een grote voorliefde ontwikkeld voor het eten van schoenen, karton en (geen idee hoe) alles van plastic. Zodra ik opsta ren ik naar beneden om zijn hokje te openen. ‘Goedemorgen Whopje, hoe is het met jou? Hoe is het met mijn kleine poepeloerus?’ brabbel ik tegen mijn slaperige konijn. Hij knarst tevreden met zijn tanden en springt met een zachte knor uit zijn hok.

Omkoop-winterpeen
Ik vond mezelf al een muts omdat ik tegen mijn konijn praat alsof hij me verstaat, maar sinds mijn vriend tijdelijk ergens anders woont heeft mijn gewauwel werkelijk idiote vormen aangenomen. Ik bespreek mijn hele dag met Whopper, terwijl hij ongeïnteresseerd een stukje omkoop-winterpeen versnippert. Emotioneel chanteren kun je leren.

De tafel is niet voor konijntjes
In slechts twee jaar ben ik veranderd in zo’n huisdiereigenaresse die zichzelf ‘mama’ noemt. Als Whopper op mysterieuze (mogelijk magische) manier op tafel terecht is gekomen, loop ik er geduldig heen en til het spartelende monstertje eraf, terwijl ik gedecideerd zeg: ‘Néé, de tafel is niet voor konijntjes. Nee hè? Hoe vaak moet mama het nog zeggen? Waar is de tafel niet voor? Kó-nijntjes, inderdaad.’ Dus ik praat tegen mijn konijn. Alsof hij me verstaat. Het maakt dan trouwens niet uit of ik met iemand aan de telefoon ben of een blog aan het schrijven ben, het kan overal tussend… – Whopper, wat zei mama nou? Waar is de tafel niet voor? Ko… Ja? Weet je het nog? Nijntjes. Blijf je even rustig zitten? Dan kan mama haar blog afmaken.

Foto: privébezit