Ik weet álles, wist je dat?

Je ziet het misschien niet aan me af, maar ik weet alles. Álles!

Goed, die kennis heb ik weliswaar niet paraat en moet ik eerst even opzoeken via Google, maar zolang ik toegang heb tot Google, heb ik toegang tot vrijwel alle kennis die er in de wereld bestaat, plus een beetje. En aangezien ik anno 2013 vrijwel altijd en overal toegang heb tot internet, en dus Google (of een willekeurige andere zoekmachine), heb ik altijd toegang tot al die kennis en daarmee heb ik een extra brein in m’n broekzak. Het is weliswaar niet zo snel als parate kennis, maar dat geeft niet. Er is geen vraagstuk dat ik niet kan oplossen, geen verwondering die ik niet om kan zetten in kennis en dat geldt tegenwoordig dus voor iedereen. Zelfs op de immer knagende vraag wat de zin van het leven is, heeft Google het antwoord.

Enge film
Dat dit principe eigenlijk helemaal niet zo fijn is als ik lang heb gedacht, ondervond ik een weekje geleden. Ineens, midden in een deadline, schoot me een herinnering te binnen van een film die ik in mijn jeugd heb gezien. Het was een film die ik niet had mogen zien, daarom zag ik hem stiekem, en terecht, want het was nogal enge materie: wezens die terugkeren uit de dood om iemand na een bijna-dood ervaring terug te sleuren naar het hiernamaals.

‘Maar hoe heette die film nou?’ Ik had werkelijk geen idee. Ik trachtte het even snel te Googlen, maar zelfs met de meest creatieve zoekopdrachten kwam ik er niet uit. Problematisch, want ineens moest en zou ik het weten. Een jaar of 24 lang is die film geen onderdeel geweest van m’n gedachten, maar nu ineens moest ik de titel weten. Ik trachtte dat nog even te negeren; er moest een klus af, maar na een half uur kon ik het niet meer uitstellen, ik moest en zou het weten.

Een uur lang heb ik gezocht op Google. Op het plot, op dingen die ik me dacht te herinneren, woorden die ik dacht dat in de titel voorkwamen (dat is altijd funest want die woorden blijken er zelden echt in te zitten). Ik kon het niet vinden en dat was ontzettend frustrerend, want ik vind altijd wat ik zoek, ik weet álles, weet je nog? Alles, behalve de titel van deze film blijkbaar.

Gewend aan weten
Het grappige was, dat ik nogal van mijn stuk was. Niet omdat ik niet kon vinden wat ik zocht, maar omdat ik me niet meer kon heugen dat ik die frustratie heb gevoeld, ik realiseerde me dat onze hersenen gewend zijn geraakt aan instant gratificatie. Hoe? Zo! Waar? Daar! Wie? Hij! Wanneer? Toen!  Zo werkte de wereld volgens mijn hersenen tegenwoordig, maar ineens ging dat niet op en wist ik niet meer hoe ik aan mijn antwoord moest komen. Sociale media inroepen dan maar, maar ook op Facebook en Twitter wist niemand het antwoord. Er bekroop me een enge gedachte: ‘misschien kom ik er wel nooit achter?’ iets dat vroeger een reële optie was, maar waar we tegenwoordig helemaal geen rekening mee houden.

Het antwoord
Mijn broer adviseerde me de vraag op het IMDB-forum te zetten en jawel, na drie minuten kwam iemand met het antwoord: From the Dead of Night, een miniserie uit 1989. Een gevoel van opluchting maakte zich meester van me, alsof ik eindelijk een wc had gevonden nadat ik drie uur op springen had gestaan. Ineens realiseerde ik me dat het helemaal niet zo leuk is dat we altijd alles weten. Het scheelt veel frustratie, maar dat heerlijke gevoel van een prangende vraag die na veel te lang zoeken eindelijk beantwoord wordt, voelen we dus ook allang niet meer.

Misschien weten we veel meer dan goed voor ons is. Hoe gaat dat gezegde ook alweer? Ohja, Ignorance is Bliss, zegt Google.

Beeld: hjalmeida / 123RF Stockfoto