In heel Europa, m’n ouwe opa

Vandaag is mijn opa jarig. Hij wordt 81 jaar. Dat is niet niet zomaar bejaard, dat is hoogbejaard. Hoe 81 worden moet heeft mijn oma hem in april al voorgedaan, dus helemaal bleu gaat hij dit nieuwe jaar niet in.

Vrolijke Frans
Nu geloof ik niet dat mijn opa überhaupt ooit ergens bleu in is gegaan: hij treedt het leven vol enthousiasme tegemoet, met zijn oplettende blauwe ogen twinkelend onder zijn zware wenkbrauwen. Hij lacht. Dat deed hij toen hij de gangen voor de Amsterdamse metro groef en ook toen hij bij de KLM aan de vliegtuigmotoren kluste die hem bijna zijn hele gehoor hebben gekost. Ook nu hij alleen nog af en toe in huis een klein verfproject begint en de rest van de tijd kruiswoordpuzzels maakt en tv kijkt, is hij opgewekt.

Mooie verhalen
Regelmatig neem ik me voor om opa’s levensverhaal op te schrijven. Hij heeft zoveel meegemaakt en het zou zonde zijn als we al die verhalen op een dag vergeten. Ik ga met notitieblok en pen in de aanslag op bezoek en stel de vraag uit mijn jeugd: ‘Opa, vertel eens over vroeger.’
Maar opa wil niet over vroeger praten. Hij wil luisteren, horen hoe het met mij gaat. Met mijn boek, met mijn werk, met mijn avonturen.

Pyjama vol pony’s
Vroeger kwam ik tijdens het logeren ’s ochtends in alle vroegte hun slaapkamer binnen. Met mijn armen vol My Little Pony’s kroop ik tussen opa en oma in bed, waar oma zich omdraaide en verder snurkte. Terwijl ik zijn pyjamajasje vollaadde met de koude plastic pony’s, vertelde opa verhalen. Soms over vroeger, maar meestal verzon hij ze gewoon. Over tien kleine visjes die in de zee zwommen, een Engels verhaal (ik mocht altijd kiezen tussen ‘What do you frommel in mijne koekiestrommel’ of ‘You viele with your reet in the prikkeledreed‘) of, en dit was mijn favoriet, ‘Lisette het kleine spookje’. Opa vertelde met eindeloos geduld verhaal na verhaal en ik schikte ondertussen de pony’s in hun stoffen stal zodat ze lekker lagen, niet eens nadenkend over of opa eigenlijk wel lekker lag met al die harde krengen tegen zijn bovenlijf gedrukt.

Een duwtje in de goede richting
Toen ik op mijn veertiende bij mijn grootouders in huis woonde, was oma degene die me wakker maakte en vervolgens iedere tien minuten vanuit haar warme bed een update gaf over hoeveel tijd ik nog had voordat ik op de fiets moest. Opa stond dan al beneden mijn boterhammen te smeren, hoe vaak ik hem ook zei dat dat niet hoefde. Als ik op de fiets stapte, gaf hij me met zijn handen als kolenschoppen nog een extra zetje in de rug om me op weg te helpen. ‘Goede reis, meis!’

Ouderwetse ik
Af en toe bellen we, maar opa doet niet aan babbelen tegen een telefoon. Hij weet niet hoe snel hij de hoorn door moet geven aan oma, die overigens een expert is in telefoneren. Nee, als ik opa wil bereiken, stuur ik hem een mail. Hoewel het voor de meeste mensen van zijn generatie al een hele prestatie is als ze weten hoe een telefoon werkt, is opa reuzehandig met de computer. Een behoorlijke prestatie voor iemand die stamt uit de tijd dat er net televisie was in Nederland. ‘Zullen we skypen?’ mailt hij terug. Ik tik beschaamd dat ik geen Skype heb omdat ik niet zo goed weet hoe het werkt. Nu hoef ik geen Skype te hebben om te weten hoe de grijns op zijn gezicht eruitziet wanneer hij mijn antwoord leest. Hij mag dan 81 zijn, maar wie is hier nu eigenlijk de bejaarde?

Foto: privébezit.
Als ik over zijn kale hoofd aai, zegt opa altijd dat ik gelukkig genoeg haar heb voor ons allebei. Deze foto is het bewijs 😉