Ingebroken!

geen

Voor het eerst in mijn leven heb ik ingebroken in een woning. Nouja, eigenlijk heb ik iemand anders voor m’n karretje gespannen.

M, Robin en ik wonen sinds december vorig jaar in een ander huis en dat huis heeft een deur, maar niet van die fijne handvatten aan de boven- en onderkant waarmee je de deur extra op slot kan doen. Dus draaiden we de deur maar steevast van binnenuit op slot voor het slapengaan. M had daar een handige losse sleutel voor. Ik had haar al een behoorlijk aantal keer gevraagd om die niet te gebruiken, want als je die op een suffe dag over het hoofd ziet, trek je de deur achter je kont dicht, en kom je er niet meer in omdat er een sleutel aan de binnenkant zit.

Buitengesloten
‘Gewoon goed opletten’ was het advies van M. Een advies dat ik braaf opvolgde, totdat ik afgelopen zaterdag snel naar buiten moest omdat er een auto op ons stond te wachten. En jawel, de deur viel dicht met de sleutel aan de binnenkant. Uiteraard richtte m’n frustratie zich direct op M, die doodleuk antwoordde: ‘je deed de deur ook wel héél snel dicht he?’ Tegen dat soort vrouwenlogica kan ik niet op. Er leek weinig anders op te zitten dan een slotenmaker te bellen, wetende dat dat een klein fortuin kost. Wat ik op dat moment nog niet wist, was dat mijn familie zich zou ontpoppen tot een groep meesterinbrekers. Met grof geschut (lees: kledinghangers, latjes, staaldraad en nog meer buigzame en minder buigzame voorwerpen) kwamen ze als een heus A-team in formatie aangewandeld. Daar stonden we dan, met z’n vieren te vernikkelen van de kou en te prutsen met een of andere McGuyver-constructie door de brievenbus heen.

Ontploffing!
Mijn fantasie slaat dan een beetje op hol, en in plaats van dat we m’n eigen huis aan het openbreken zijn, maken we deel uit van een internationale anti-misdaadorganisatie die nog maar twintig minuten heeft om in het huis te breken van het meesterbrein achter een of andere aanslag, en zijn harde schijf te kopiëren (die natuurlijk ook nog eens versleuteld is). Een gevaarlijke taak, want het huis zit vol met boobytraps, en één verkeerde beweging en alles gaat de lucht in.
Ik kan me in dat soort fantasieën altijd lekker verliezen, hetgeen ik merkte toen ik een klein sprongetje maakte toen de metalen haak losschoot, ergens toch een explosie verwachtend. Gelukkig zag niemand het (én ontplofte het huis niet). Na een kwartiertje prutten bleek dat de aanhouder inderdaad wint, en met een klik ging de deur open. Waardoor me in één klap duidelijk werd waarom M altijd de deur op slot wil, want wat wij zojuist geflikt hadden, kunnen ongenode gasten ook. Inbreker Ralf vertelde me vervolgens dat het écht heel dom is om de sleutel in het slot te laten zitten ’s nachts, omdat je dan juist alle veiligheidspinnen indrukt die je moeten beschermen.

Mannenlogica
Juichend stommelden we de warme huiskamer in, tijd voor warme chocomel. Ik belde M op om onze overwinning te delen. Of ik haar vertelde dat ze gelijk had omdat ze de deur altijd op slot wilde? Welnee, ik legde haar uit dat het heel dom is om de sleutel in het slot te laten zitten en dat ze dat vooral niet meer moest doen. Tegen mannenlogica kan zij immers ook niet op!