Ja, ik wil!

Biecht: ik kan huilen om een jurk. Want nog voor ik de muziek bewust binnen krijg, nog voor ik de toekomstige echtgenoot zie breken en nog voor er ook maar een woord gesproken is, poets ik met een vinger langs mijn waterige ogen. Goed bedoelde krachttermen schieten door mijn hoofd. Fuck, wat is ze mooi. En fuck, wat is de jurk mooi.

In de ban van de ring
Elke dag komt mijn collega Merel door een gangpad aanlopen. Op sneakertjes of sleehakken. In een zachtroze rokje of bleke spijkerbroek. In een leren jasje en soms letterlijk in een boyfriend baseball jack, waar zij als minimeisje met maximan bijna in kan verdwijnen. Altijd goed gekleed en altijd tot in de puntjes verzorgd. Elke dag weer. Maar nu ze stapje voor stapje het kant, de sleep en het prachtige lijfje dichterbij draagt, wapper ik als een ware Miss World-kandidaat de tranen weg.

Het is wat trouwjurken doen. Ze veranderen nuchtere vrouwen met een aversie voor hartjes, rozen en clichés in een soort Sméagol. In de ban van de ring, in de ban van de jurk.

Mrs. Neil Patrick Harris
Ik ben zo’n vrouw. Ik weet hoe ik trouw, waar ik trouw en – mits Neil Patrick Harris afziet van zijn homoseksualiteit – met wie ik trouw. Ik loop geen bruidswinkel voorbij zonder semi-nonchalant even naar binnen te kijken. Mijn ogen flitsen in een fractie van een seconde naar meters tule. Mijn perfecte jurk is in gedachten al helemaal uitgewerkt en door de vogeltjes van Assepoester in elkaar gestikt. En dat terwijl ik nog iedere week roep dat mijn adoptielijst voor veertien katten en mijn bestelling voor grijze coltruien al klaar ligt.

Ik kan niet wachten. Ja, ik wil! De jurk dan. Tot die tijd huppel ik af en toe gewoon maar in een tule jurkje door het huis en check ik of Neil zich al bedacht heeft.